ECLI:NL:RBAMS:2025:10848

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
25-028203
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging van een vrijheidsbeperkende maatregel in het kader van herstelbemiddeling

Op 16 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de wijziging van een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd aan de veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De rechtbank had op 30 juli 2025 een contactverbod opgelegd met de vader van de veroordeelde, dat voor de duur van twee jaar gold. De veroordeelde heeft op 4 november 2025 een verzoek ingediend om deze maatregel te wijzigen, met het oog op een mediationtraject dat vanuit de kliniek waar hij verblijft, is opgestart. De vader van de veroordeelde, die niet aanwezig was op de zitting, heeft aangegeven open te staan voor mediation, maar momenteel niet in staat is om het contactverbod op te heffen vanwege persoonlijke omstandigheden.

De rechtbank heeft het verzoek van de veroordeelde behandeld en de raadsman heeft toegelicht dat de veroordeelde in het mediationtraject zal worden begeleid door de kliniek en een mediator. Het Openbaar Ministerie heeft geen bezwaar gemaakt tegen de wijziging van de maatregel, mits het contactverbod in stand blijft en het contact onder toezicht van de kliniek en/of mediator plaatsvindt. De rechtbank heeft geoordeeld dat, gezien de bereidheid van de vader om deel te nemen aan herstelbemiddeling, er ruimte is voor een uitzondering op het contactverbod, mits dit onder strikte voorwaarden gebeurt.

De rechtbank heeft besloten het contactverbod in stand te laten, maar heeft toegestaan dat er onder regie van de kliniek en in het kader van herstelbemiddeling contact kan plaatsvinden, zolang de vader daartoe bereid is. Deze beslissing is genomen met inachtneming van de belangen van zowel de veroordeelde als de vader, en met het oog op de mogelijkheid van herstel van de relatie tussen hen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 13-111164-25
raadkamernummer: 25-028203
beslissing van de rechtbank op het verzoek tot wijziging van een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) op grond van artikel 6:6:23a1 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van

[de veroordeelde] ,

geboren op [geboortedag 1] 1985 te [geboorteplaats 1] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. R.S. Pot, Middenweg 57-A, 1098 AD Amsterdam, advocaat,
hierna te noemen: de veroordeelde.

Feiten

De meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 30 juli 2025 de veroordeelde veroordeeld wegens onder meer, kort gezegd, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Daarbij is de veroordeelde opgelegd – onder meer en voor zover nu relevant – de maatregel voor de duur van twee jaren als bedoeld in artikel 38v Sr, te weten dat veroordeelde op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren [geboortedag 2] 1959 te [geboorteplaats 2] . Daarbij is bepaald dat voor iedere overtreding hechtenis kan worden opgelegd van één week, met een maximum van zes maanden.

Procedure

Het verzoek is op 4 november 2025 op de griffie van deze rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft op 16 december 2025 het verzoek op de openbare terechtzitting behandeld.
De rechtbank heeft de veroordeelde, de advocaat, mr. R.S. Pot, en de officier van justitie op zitting gehoord.
De belanghebbende [slachtoffer] (vader van de veroordeelde) is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Het verzoek en standpunt van de veroordeelde

Het verzoek strekt tot wijziging van de opgelegde maatregel inhoudende het contactverbod met zijn vader, [slachtoffer] .
Ter terechtzitting heeft de raadsman het verzoek nader toegelicht.
Vanuit de kliniek waar veroordeelde verblijft, wordt een mediationtraject opgestart. De raadsman heeft ter onderbouwing hiervan een brief van 15 december 2025 overgelegd, afkomstig van mevrouw F. Jamai, GZ-psycholoog en coördinerend regiebehandelaar werkzaam bij Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) Inforsa. Mevrouw Jamai heeft contact gehad met de vader van de veroordeelde. Vader heeft aangegeven niet van het contactverbod af te willen, maar (op termijn) wel open te staan voor mediation
(hierna ook wel: herstelbemiddeling). Vanwege het plotseling overlijden van zijn echtgenote eind oktober ervaart hij daar nu nog niet de ruimte voor. Dit is ook de reden dat hij niet in raadkamer is verschenen. De raadsman heeft verder toegelicht dat de veroordeelde in het traject zal worden begeleid door de kliniek en beiden zullen worden begeleid door een mediator. Binnen de mediation vindt alles plaats in overleg en op basis van vrijwilligheid, vader kan op ieder moment stoppen met het mediationtraject.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft geen bezwaar tegen wijziging van de (artikel 38v Sr) maatregel voor zover dat nodig is ter uitvoering van het mediationtraject. De wijziging dient plaats te vinden onder de voorwaarde dat het contactverbod in stand blijft en er alleen contact zal plaatsvinden onder toezicht en regie van de kliniek en/of een mediator en enkel in het kader van herstelbemiddeling.

Beoordeling

Ingevolge artikel 6:6:23a lid 1 Sv kan de rechter de inhoud van de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, bedoeld in artikel 38v tweede lid Sr, wijzigen.
Namens de veroordeelde is verzocht tot een wijziging van de bij vonnis van 30 juli 2025 opgelegde maatregel inhoudende een volledig contactverbod gedurende twee jaar met zijn vader. In het kader van de behandeling van de veroordeelde is vanuit de kliniek, waar hij met een zorgmachtiging is geplaatst, een mediationtraject tussen de veroordeelde en zijn vader opgestart. Uit de brief van de kliniek blijkt dat er contact is gezocht met de vader van de veroordeelde en dat hij open staat voor herstelbemiddeling. De rechtbank heeft de vader niet zelf kunnen horen, maar gaat uit van de juistheid van de informatie van de kliniek. Voor de herstelbemiddeling is een aanpassing van het opgelegde contactverbod nodig. De raadsman heeft in raadkamer toegelicht dat de veroordeelde in het contact zal worden bijgestaan vanuit de kliniek. Beiden zullen door een onafhankelijk ingeschakelde mediator worden bijgestaan, dit alles in overleg en op basis van vrijwilligheid. De vader van de veroordeelde kan op elk moment besluiten geen medewerking meer te verlenen aan het mediationtraject. Het contactverbod zal verder in stand blijven.
Gelet op bovenstaande zal de rechtbank de inhoud van de maatregel strekkende tot een contactverbod in stand laten met dien verstande dat hierop één uitzondering zal worden toegelaten, te weten dat onder regie van FPK Inforsa en enkel in het kader van herstelbemiddeling contact mag plaatsvinden voor zover en voor zolang als [slachtoffer] , geboren [geboortedag 2] 1959 te [geboorteplaats 2] , daartoe bereid is en deze contacten plaatsvinden onder begeleiding van een mediator.

Beslissing

De rechtbank:
  • wijst het verzoek van de veroordeelde toe, inhoudende dat de bij vonnis van 30 juli 2025 opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het contactverbod als volgt wordt gewijzigd:
  • dat de veroordeelde voor de duur van 2 (twee) jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren [geboortedag 2] 1959 te [geboorteplaats 2] ;
  • dat hierop één uitzondering zal worden toegelaten onder instandhouding van de overige bepalingen van de opgelegde maatregel, te weten contact in het kader van herstelbemiddeling onder regie van FPK Inforsa en onder begeleiding van een mediator en voor zover en voor zolang als [slachtoffer] , geboren [geboortedag 2] 1959 te [geboorteplaats 2] , daartoe bereid is,
Deze beslissing is gegeven op 16 december 2025 door
mr. A.Ş. Doğan, voorzitter,
mrs. A.M. Grüschke en C.C.J. Maas-van Es, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier.