ECLI:NL:RBAMS:2025:1061

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 februari 2025
Publicatiedatum
20 februari 2025
Zaaknummer
13-357395-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 2 OLWArt. 5 OLW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan Polen ondanks detentieomstandigheden

De rechtbank Amsterdam behandelde een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de District Court in Koszalin, Polen, gericht op de overlevering van een opgeëiste persoon geboren in 1987 zonder vaste verblijfplaats in Nederland.

Na een zitting op 15 januari 2025 en een tussentijdse schorsing op 29 januari 2025, waarbij werd onderzocht in welke penitentiaire inrichting de opgeëiste persoon waarschijnlijk zou worden gedetineerd, heeft de rechtbank geoordeeld dat er geen algemeen reëel gevaar bestaat dat gedetineerden in de penitentiaire inrichting Barczewo onmenselijk of vernederend worden behandeld.

De raadsman van de opgeëiste persoon heeft geen nieuw verweer gevoerd dat tot een ander oordeel zou leiden dan in een eerdere uitspraak van 14 februari 2025. De rechtbank concludeert dat artikel 11 van Pro de Overleveringswet (OLW) de overlevering niet in de weg staat.

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat er geen weigeringsgronden zijn. Daarom wordt de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-357395-24
Datum uitspraak: 18 februari 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 13 november 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 5 maart 2024 door
the District Court in Koszalin II Criminal Departmentin Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
nu gedetineerd in [penitentiaire inrichting] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 15 januari 2025, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan zijn raadsman, mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat te Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding van de opgeëiste persoon bevolen.
Bij tussenuitspraak van 29 januari 2025 [3] heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en meteen geschorst om het antwoord af te wachten op de vraag in welke penitentiaire inrichting de opgeëiste persoon na een eventuele overlevering aan Polen naar alle waarschijnlijkheid zou worden gedetineerd.
De behandeling van het EAB is, met toestemming van de officier van justitie en de raadsman van de opgeëiste persoon, op 18 februari 2025 hervat in de stand waarin het zich bevond op het tijdstip van de schorsing ter zitting van 29 januari 2025. De behandeling heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon heeft op
18 februari 2025 afstand gedaan van het recht om ter zitting aanwezig te zijn. Hij is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman, mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat te Utrecht.

2.Tussenuitspraak van 29 januari 2024

In haar tussenuitspraak heeft de rechtbank reeds geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB (3.), de strafbaarheid van de feiten (4.) en de toepassing van artikel 11 OLW Pro in relatie tot artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU (5.1). Deze overwegingen dienen als herhaald en ingelast te worden beschouwd.

3.Artikel 11 OLW Pro: penitentiaire inrichting in Barczewo

De rechtbank verwijst naar hetgeen zij in haar tussenuitspraak van 29 januari 2025 onder 5.2 heeft overwogen. Deze overwegingen dienen als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
In verband met de detentieomstandigheden in de penitentiaire inrichting in Barczewo heeft de rechtbank in deze tussenuitspraak de vraag gesteld in welke gevangenis de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zou worden geplaatst indien hij aan Polen zou worden overgeleverd.
Bij uitspraak van 14 februari 2025 heeft de rechtbank (in een andere overleveringszaak) intussen geoordeeld dat er geen algemeen reëel gevaar bestaat dat gedetineerden in de penitentiaire inrichting Barczewo onmenselijk of vernederend worden behandeld. [4] De raadsman heeft op dit punt geen nader verweer gevoerd en aldus niets aangevoerd wat in de onderhavige zaak tot een ander oordeel zou (kunnen) leiden dan in voormelde uitspraak. Om die reden is het antwoord op de vraag in welke penitentiaire inrichting de opgeëiste persoon na overlevering naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd niet langer relevant en staat artikel 11 OLW Pro niet aan overlevering in de weg.

4.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

5.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 310 Wetboek van Strafrecht, 3 en 11 Opiumwet en 2, 5 en 7 OLW.

6.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the District Court in Koszalin II Criminal Departmentin Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door:
mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,
mrs. M. Westerman en L.F. Bögemann, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 februari 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.