ECLI:NL:RBAMS:2025:10570

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
2 januari 2026
Zaaknummer
13-284657-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor illegale drugshandel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 18 december 2025 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Kantongerecht Hildesheim, Duitsland, gericht op de overlevering van een verdachte geboren in Duitsland en zonder vaste verblijfplaats in Nederland. De verdachte was aanwezig en werd bijgestaan door een advocaat en een Duitse tolk.

Het EAB betreft strafbare feiten die in Duitsland zijn gepleegd en die volgens de Nederlandse Overleveringswet (OLW) onder de lijstfeiten vallen, namelijk illegale handel in verdovende middelen met een strafmaximum van ten minste drie jaar. Hierdoor is een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege gelaten.

De raadsman voerde een evenredigheidsverweer aan, stellende dat de feiten gering waren. De officier van justitie en de rechtbank verwierpen dit verweer, stellende dat de Duitse rechter de proportionaliteit reeds heeft afgewogen bij het uitvaardigen van het EAB en dat het strafmaximum van vijf jaar voldoet aan de vereisten.

De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen, geen weigeringsgronden aanwezig zijn en dat de overlevering toegestaan moet worden. De uitspraak werd op 31 december 2025 in het openbaar gedaan door de rechtbank Amsterdam.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte naar Duitsland toe wegens illegale handel in verdovende middelen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-284657-25
Datum uitspraak: 31 december 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 30 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 27 februari 2025 door het Kantongerecht
(Amtsgericht)Hildesheim, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedag] 1991,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 18 december 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Duitse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Duitse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel met het oog op voorarrest, uitgevaardigd door Kantongerecht
(Amtsgericht)Hildesheim op 19 februari 2025, met dossiernummer 109 Gs 192/25.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Evenredigheid

Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft een beroep gedaan op de evenredigheid van het EAB en daartoe aangevoerd dat de overlevering wordt gevraagd voor geringe feiten.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de afweging om een EAB uit te vaardigen is voorbehouden aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Door de uitvoerende justitiële autoriteit wordt de evenredigheid getoetst door te kijken naar het strafmaximum. Nu op het feit een strafmaximum van vijf jaren is gesteld is aan het vereiste van de OLW voldaan en betreft het bovendien geen feit van geringe ernst.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank overweegt dat uit het stelsel van overlevering volgt dat een evenredigheidsafweging is ingebed in de afweging tot uitvaardiging van een EAB. De Duitse rechter heeft in deze zaak de afweging gemaakt om een EAB uit te vaardigen. Hiermee is de evenredigheid van de uitvaardiging van het EAB in beginsel gegeven. De keuze voor het uitvaardigen van een EAB door de Duitse autoriteiten gaat niet verder dan nodig is om de doelstelling van het Kaderbesluit – het voorkomen van straffeloosheid – te verwezenlijken. Zeer uitzonderlijke omstandigheden die in dit concrete individuele geval tot een ander oordeel zouden moeten leiden zijn gesteld noch gebleken. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan het Kantongerecht
(Amtsgericht)Hildesheim, Duitsland, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. A.L. op ’t Hoog en D.L.S. Ceulen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 31 december 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.