ECLI:NL:RBAMS:2025:10532

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
13/134405-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van verdachte in zaak van verkrachting en seksueel binnendringen onder invloed van alcohol

Op 24 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van verkrachting en seksueel binnendringen van een slachtoffer dat onder invloed van alcohol verkeerde. De rechtbank sprak de verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten, omdat er onvoldoende steunbewijs was om tot een bewezenverklaring te komen. De zaak kwam voort uit een incident dat plaatsvond in de nacht van 29 op 30 mei 2023, waarbij de politie de verdachte aantrof met het slachtoffer in zijn woning. Het slachtoffer was in een staat van bewusteloosheid en had een hoog alcoholpromillage in haar bloed. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van zowel het slachtoffer als de verdachte niet voldoende steunbewijs boden voor de beschuldigingen. De rechtbank benadrukte dat in zedenzaken vaak slechts twee personen aanwezig zijn en dat de verklaring van het vermeende slachtoffer niet op zichzelf kan staan zonder aanvullend bewijs. De rechtbank concludeerde dat de omstandigheden en het bewijs niet voldoende waren om de verdachte te veroordelen. De vordering van de benadeelde partij werd afgewezen, en de rechtbank gelastte de teruggave van een telefoon aan de verdachte, terwijl een andere telefoon werd onttrokken aan het verkeer vanwege de aanwezigheid van verboden afbeeldingen. De rechtbank besloot ook dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk was in haar vordering, aangezien de verdachte was vrijgesproken.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/134405-23
Datum uitspraak: 24 december 2025
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[de verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002,
wonende op het adres [woonadres].

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 december 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
mr. S.M. Hoogerheide, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. P. Metgod (waarnemend voor haar kantoorgenoot, mr. G.J. van Oosten), naar voren hebben gebracht.
De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het verzoek tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [slachtoffer], en haar slachtofferverklaring. Zij werd ter zitting vertegenwoordigd door haar advocaat, mr. J. Gunning.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is primair ten laste gelegd dat hij zich op 29 en/of 30 mei 2023 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan verkrachting van [slachtoffer].
Subsidiair wordt hem verweten dat hij seksueel is binnengedrongen bij [slachtoffer], terwijl zij in een staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in de aan dit vonnis gehechte bijlage en geldt als hier ingevoegd.

3.Vrijspraak

3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het subsidiair aan verdachte ten laste gelegde feit. Zij heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest.
3.2
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit.
3.3
Oordeel van de rechtbank
3.3.1
Bewijs in zedenzakenDe rechtbank stelt voorop dat de verkrachting dan wel het seksueel binnendringen bij een wilsonbekwame, zoals aan verdachte ten laste is gelegd, zou zijn gepleegd in 2023. Omdat de Wet Seksuele Misdrijven pas op 1 juli 2024 in werking is getreden, dient de rechtbank de tenlastelegging te beoordelen aan de hand van de vóór 1 juli 2024 geldende wetgeving.
Bij de beoordeling van het bewijs staat voorop dat zedenzaken zich doorgaans kenmerken door het gegeven dat slechts twee personen aanwezig waren bij de ten laste gelegde seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Bij een ontkennende verdachte brengt dit in veel gevallen mee dat slechts de verklaring van het vermeende slachtoffer als wettig bewijsmiddel kan dienen. Op grond van het bepaalde in
artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechtbank niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Voor een bewezenverklaring moet dan ook sprake zijn van steunbewijs, afkomstig van een andere bron dan het vermeende slachtoffer. In zedenzaken kan een geringe mate van steunbewijs in combinatie met een betrouwbare verklaring van het slachtoffer voldoende bewijs opleveren. Daar staat weer tegenover dat tussen de verklaring en het overige bewijsmateriaal een niet te ver verwijderd verband mag bestaan.
De rechtbank heeft in de onderhavige zaak zorgvuldig gekeken naar de verklaring van aangeefster [slachtoffer] (hierna: aangeefster [1] ) en de andere bewijsmiddelen, maar is van oordeel dat er geen sprake is van steunbewijs dat voldoende specifiek is om een bewezenverklaring te kunnen dragen. Het volgende is hiervoor van belang.
3.3.2
Inleiding
In de nacht van 29 op 30 mei 2023 krijgt de politie de melding dat er een meisje is vermist. Het blijkt te gaan om [slachtoffer]. Aangeefster had al enige tijd niets van zich laten horen. Een eerder op de avond door aangeefster gedeelde Snapchat-locatie liet zien dat ze zich op het adres van verdachte zou bevinden. Verbalisanten van de politie treffen op het adres van verdachte inderdaad aangeefster aan. Ze ligt op dat moment naakt op de grond, onder een met braaksel besmeurd kleed. Ook het haar van aangeefster is besmeurd met braaksel. De ogen van aangeefster zijn gesloten en ze reageert in eerste instantie niet op de verbalisanten. Als de verbalisanten met haar in gesprek gaan moet aangeefster nog een aantal keer overgeven en reageert zij emotioneel als de politie haar vertelt dat zij volgens verdachte intiem met elkaar zijn geweest. Aangeefster is onderzocht door ter plaatse gekomen ambulancepersoneel. Dat leverde geen bijzonderheden op. Aangeefster hoefde niet mee naar het ziekenhuis.
3.3.3
Verklaringen van aangeefster en verdachte
Zowel aangeefster als verdachte hebben verklaard dat ze elkaar kennen via de datingapp Tinder. Op enig moment is het tot een afspraak gekomen. Verdachte heeft aangeefster in de avond van 29 mei 2023 met de auto opgehaald van [station]. Ze zijn eerst naar een supermarkt gegaan om ingrediënten voor cocktails te kopen. Vervolgens zijn ze naar de woning van verdachte gegaan, waar ze sterke drank hebben gedronken. Vanaf dat moment lopen de verklaringen van aangeefster en verdachte uiteen. Aangeefster verklaart dat ze door verdachte gepusht werd om snel en veel sterke drank te drinken. Op enig moment kreeg aangeefster last van hoofdpijn. Daarna kan aangeefster zich niets meer herinneren. Haar eerstvolgende herinneringen hebben betrekking op de bij de woning van verdachte aangekomen verbalisanten. Aangeefster kan zich niet herinneren dat ze seks heeft gehad met verdachte, zoals hij heeft verklaard.
Verdachte heeft ontkend dat hij aangeefster heeft verkracht of seks met haar heeft gehad terwijl zij niet meer in staat was om haar wil daarover kenbaar te maken. Volgens hem hadden hij en aangeefster in eerste instantie een gezellige avond. Volgens hem hadden hij en aangeefster een klik. Zowel hij als aangeefster zouden inderdaad het nodige gedronken hebben. Verdachte verklaart aangeefster echter niet gepusht te hebben om alcohol te drinken. Op een gegeven moment, onder andere nadat de gesprekken een meer seksuele wending kregen en aangeefster en verdachte hadden gezoend, kwam het tot seks in de slaapkamer van verdachte, op de eerste verdieping van de woning. Ook op dit punt heeft verdachte verklaard dat hij aangeefster niet heeft gepusht en dat de seks met wederzijdse instemming heeft plaatsgevonden. Volgens verdachte hebben hij en aangeefster seks gehad, waarbij verdachte onder andere de vagina van aangeefster met zijn penis heeft gepenetreerd tijdens verschillende posities. Aangeefster zou eerder aangegeven hebben dat ze het opwindend vond om tijdens de seks op haar billen geslagen te worden. Toen verdachte dit tijdens de seks inderdaad deed, zou aangeefster hebben laten merken dit fijn te vinden en zou ze hebben gevraagd of hij harder kon slaan. Op een later moment zou aangeefster tijdens de seks opeens zijn gaan huilen en gaf zij aan altijd misbruikt te worden. Verdachte verklaart dat hij toen direct is gestopt. Aangeefster gaf aan dat ze zich niet goed voelde, ze was misselijk. Verdachte zou daarop samen met aangeefster naar de begane grond zijn gegaan, waar hij aangeefster op en onder een deken heeft gelegd op de grond in de kantoorruimte. Na enige tijd is hij buiten de deur iets gaan eten met vrienden. Vervolgens is hij teruggegaan naar huis met twee van zijn vrienden. Even later is ook een vriendin van hem langsgekomen. Op het moment dat de politie voor de deur stond, lag aangeefster nog altijd onder de deken en was verdachte met zijn drie vrienden op de begane grond in de woonkamer aan het drinken.
3.3.4
Steunbewijs?
De rechtbank heeft in de onderhavige zaak zorgvuldig gekeken naar de verklaring van aangeefster en de andere bewijsmiddelen, maar is van oordeel dat er geen sprake is van steunbewijs dat voldoende specifiek is om een bewezenverklaring te kunnen dragen. Het volgende is hiervoor van belang.
Allereerst passen de omstandigheden, die door de officier van justitie zijn aangevoerd als steunbewijs voor het verhaal van aangeefster, ook bij het verhaal van verdachte. Hoewel de emotionele staat waarin aangeefster na het incident is aangetroffen zou kunnen wijzen op seksueel misbruik, zou dit ook kunnen worden verklaard doordat zij onder invloed van alcohol was. Bloedonderzoek heeft namelijk uitgewezen dat aangeefster 1,4 mg/ml alcohol in haar bloed had. Middels een herberekening heeft het NFI geschat dat dit promillage ten tijde van het ten laste gelegde tussen de 1,9 en 3,2 mg/ml lag. Bij een dergelijk promillage passen blijkens een aanvullend NFI-rapport (afhankelijk van het daadwerkelijke promillage op dat moment) onder andere duidelijke dronkenschap, significante verslechtering van lichaamsfuncties, misselijkheid en braken, het niet zelfstandig kunnen staan, onsamenhangende spraak, slechte spiercontrole/functie, ernstige verstoring van waarneming en beoordelingsvermogen en ernstige verwardheid.
Uit deze omstandigheden concludeert de rechtbank dat aangeefster weliswaar heel veel heeft gedronken en dat zij laveloos is aangetroffen door de politie, maar haar exacte toestand ten tijde van de ten laste gelegde handeling is niet vast te stellen. De alcoholconcentraties in het bloed van aangeefster kunnen daarom niet dienen als steunbewijs.
Aangeefster is daarnaast lichamelijk onderzocht. Op haar billen zijn twee blauw-paarse handafdrukken aangetroffen. Daarnaast is er een scheurtje van ongeveer één centimeter aangetroffen in haar vagina. In de vagina van aangeefster is DNA-materiaal (onder meer sperma) aangetroffen dat volgens het onderzoek dat daarnaar is gedaan met een extreme mate van waarschijnlijkheid is toe te schrijven aan verdachte. Door het NFI is ook onderzoek gedaan naar het vaginale letsel van aangeefster. Het NFI concludeert dat dit letsel iets waarschijnlijker is onder de hypothese van een gewelddadige (poging tot) vaginale penetratie dan onder de hypothese van een niet-gewelddadige (poging tot) vaginale penetratie.
Ook de blauwe plekken op de billen van aangeefster en het letsel aan haar vagina zijn zowel te rijmen met de verklaring van verdachte als met de verklaring van aangeefster. De door het NFI gerapporteerde bewijskracht over de aard van het vaginale letsel is te gering om daaraan conclusies te verbinden. Niet valt vast te stellen dat sprake is geweest van door verdachte uitgeoefend geweld.
Voorts biedt de geluidopname op de telefoon van getuige [getuige 1], die aanwezig was toen de politie aangeefster aantrof in de woning van verdachte, onvoldoende steun aan de verklaring van aangeefster. Als de politie weg is, is te horen dat gesproken wordt over het sturen van een bericht naar aangeefster en hoe dat bericht dan zou moeten luiden. De vrouwenstem (van getuige [getuige 2]) heeft het erover dat het belangrijk is om te bedenken dat alles later ‘als bewijs kan dienen in de rechtbank’. Vast staat dat deze uitlating niet afkomstig van verdachte. Deze uitlating is daarnaast niet op voorhand als belastend uit te leggen. Dit gelet op het feit dat de politie net aan de deur was geweest en was gebleken dat aangeefster als vermist was opgegeven. Hieruit kan, anders dan de officier van justitie heeft aangevoerd, dan ook niet worden opgemaakt dat verdachte samen met zijn vrienden het onderzoek in zijn voordeel probeerde af te ronden.
Dat verdachte aangeefster heeft achtergelaten in de woning om wat te gaan eten met zijn vrienden en dat hij die vrienden daarna thuis heeft uitgenodigd is weliswaar niet erg sympathiek te noemen, maar zegt evenmin iets over het ten laste gelegde.
Concluderend acht de rechtbank zowel het primair als subsidiair aan verdachte ten laste gelegde niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. Dit betekent dat het al geschorste bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven.

4.Beslag

Onder verdachte zijn twee telefoons in beslag genomen, te weten een Samsung Galaxy A71 (goednummer 6347968) en een OnePlus 7 Pro (goednummer 6347914).
Gelet op het feit dat verdachte zal worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde zal de rechtbank de teruggave van de OnePlus 7 Pro gelasten. Voor de Samsung Galaxy A71 geldt dat hierop één afbeelding van kindermisbruik en één dierenpornografische afbeelding is aangetroffen. Omdat het bezit van deze afbeeldingen in strijd is met de wet, zal laatstgenoemde telefoon worden onttrokken aan het verkeer.

5.De vordering benadeelde partij

De benadeelde partij, [slachtoffer], vordert € 7.500,00 aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast heeft zij verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Nu verdachte zal worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. De benadeelde partij en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.

6.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 36b en 36d van het Wetboek van Strafrecht.

7.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart zowel het primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte,
[de verdachte], daarvan vrij.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.
Verklaart onttrokken aan het verkeer de Samsung-telefoon met goednummer
PL1300-2023119383-6347968.
Gelast de teruggave aan verdachte van de OnePlus-telefoon met goednummer PL1300-2023119383-6347914.
Verklaart [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. Ch.A. van Dijk, voorzitter,
mrs. P. Sloot en G.J.M. Kruizinga, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 december 2025.
Tenlastelegging
Aan verdachte
[de verdachte]is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 29 en/of 30 mei 2023 te Amsterdam door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door
- [slachtoffer] in een auto mee te nemen naar zijn woning en/of (vervolgens aldaar)
- die [slachtoffer] meerdere shotjes sterke drank te laten drinken, althans een (grote) hoeveelheid alcohol te laten drinken, ten gevolge waarvan die voornoemde [slachtoffer] in een roes en/of buiten bewustzijn, althans in een toestand van verminderd bewustzijn is geraakt en/of
- het laten ontdoen en/of onverhoeds ontdoen van (een deel van) de kleding van voornoemde [slachtoffer] en/of
- (vervolgens) (meermaals) onverhoeds met kracht met de vlakke hand op de billen van die [slachtoffer] te slaan en/of
- zijn, verdachtes penis, onverhoeds (met kracht) in de vagina van die voornoemde [slachtoffer] te brengen,
die [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten
- het (meermaals) met kracht met de vlakke hand slaan op de billen van die [slachtoffer] en/of
- het (met kracht) brengen en/of houden en/of (met kracht) heen en weer bewegen van zijn, verdachtes penis, in de vagina van die voornoemde [slachtoffer];
(art 242 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 29 en/of 30 mei 2023 te Amsterdam, met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening en/of verstandelijke handicap leed dat deze niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, immers was die [slachtoffer] onder invloed van alcohol en/of een bedwelmende stof en/of een roesmiddel, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten:
- het laten ontdoen en/of onverhoeds ontdoen van (een deel van) de kleding van voornoemde [slachtoffer] en/of
- het (vervolgens) (meermaals) onverhoeds met kracht met de vlakke hand op de billen van die [slachtoffer] te slaan en/of
- zijn, verdachtes penis, onverhoeds (met kracht) in de vagina van die voornoemde [slachtoffer] te brengen en/of te houden en/of (met kracht) heen en weer te bewegen;
(art 243 Wetboek van Strafrecht)

Voetnoten

1.Vanwege de leeftijd van [slachtoffer] ([leeftijd] ten tijde van de ten laste gelegde pleegdatum) is formeel aangifte gedaan door haar moeder.