Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek op de zitting
11 december 2025.
2.De tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.De standpunten van partijen ten aanzien van het bewijs
4.Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het bewijs
bijlage II, bewezen dat verdachte zich in de periode van 27 september 2024 tot en met 1 juni 2025 schuldig heeft gemaakt aan belaging van [benadeelde partij 1] . De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
bijlage II, bewezen dat verdachte zich in de periode van 27 september 2024 tot en met 1 februari 2025 schuldig heeft gemaakt aan mishandeling van [benadeelde partij 1] . De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
bijlage II, bewezen dat verdachte zich op 24 oktober 2024 schuldig heeft gemaakt aan mishandeling van [benadeelde partij 1] door te duwen en trekken en een kopstoot te geven. Verdachte heeft op zitting verklaard dat hij en [benadeelde partij 1] ruzie hadden en dat hij haar heeft geduwd en aan haar heeft getrokken. Agenten ter plaatse troffen [benadeelde partij 1] aan. Zij riep: “Wordt mijn hoofd al blauw? Hij heeft mij een kopstoot gegeven.” De agenten zagen haar heftig trillen en huilen. Eén van de agenten vroeg of zij haar hoofd mocht voelen en voelde een hele lichte zwelling. De verklaring van [benadeelde partij 1] vindt dus steun in andere bewijsmiddelen waarmee ook is komen vast te staan dat sprake was van letsel.
5.De bewezenverklaring
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn vervat, bewezen dat verdachte
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.De straf
9.Het beslag
bijlage IIIaan dit vonnis gehecht en geldt als hier ingevoegd.
10.De benadeelde partijen
11.De toepasselijke wettelijke voorschriften
12.De beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) maanden.
maatregeldat verdachte voor de duur van
3 (drie) jaar:
1 (één) weekvoor
iedere keerdat niet aan de maatregel wordt voldaan. De totale duur van de tenuitvoergelegde vervangende hechtenis bedraagt ten hoogte zes maanden.
dadelijk uitvoerbaaris.
verbeurdhet goed met nummer 1 op de beslaglijst (bijlage III).
teruggave aan verdachtevan het goed met nummer 2 op de beslaglijst (bijlage III).
benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijkin zijn vordering is.