Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een opgeëiste persoon op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door het Amtsgericht Flensburg in Duitsland. De zaak werd behandeld in de Internationale Rechtsulpkamer van de rechtbank, waarbij de officier van justitie, mr. A. Keulers, aanwezig was. De opgeëiste persoon, geboren in 1969, heeft de Nederlandse nationaliteit en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.W. Ebbink. Tijdens de zitting op 9 december 2025 heeft de rechtbank de termijn voor uitspraak verlengd en de gevangenhouding bevolen met schorsing tot aan de uitspraak.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet (OLW) en dat er geen weigeringsgronden zijn die de overlevering in de weg staan. De opgeëiste persoon beroept zich op de garantie van terugkeer naar Nederland na een eventuele veroordeling in Duitsland, wat door de Duitse autoriteiten is bevestigd. De rechtbank oordeelt dat de maatschappelijke re-integratie van de opgeëiste persoon beter in Nederland kan plaatsvinden, gezien zijn banden met het land. De rechtbank heeft de overlevering toegestaan, omdat het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, een zogenoemd lijstfeit betreft dat in Nederland strafbaar is en de dubbele strafbaarheid niet hoeft te worden onderzocht.
De rechtbank heeft in haar beslissing de relevante artikelen van de OLW genoemd en benadrukt dat er geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen deze uitspraak. De beslissing is genomen in het belang van de rechtsorde en de samenwerking binnen de Europese Unie.