Op 16 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door de Frankfurt am Main District Court in Duitsland. De zaak betreft de overlevering van een opgeëiste persoon, geboren in 1979 in Duitsland, die wordt verdacht van verschillende strafbare feiten, waaronder oplichting en valsheid in geschrift. De rechtbank heeft de behandeling van het EAB op 2 december 2025 gehouden, waarbij de opgeëiste persoon aanwezig was en werd bijgestaan door een advocaat en een tolk. De rechtbank heeft de termijn voor uitspraak verlengd en de gevangenhouding bevolen, met schorsing tot aan de uitspraak.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet (OLW) en dat er geen weigeringsgronden zijn voor de overlevering. De rechtbank heeft de feiten beoordeeld en vastgesteld dat voor sommige feiten de dubbele strafbaarheid niet vereist is, terwijl voor andere feiten dit wel geldt. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de overlevering voor de meeste feiten toelaatbaar is, met uitzondering van het feit dat betreft het opzettelijk vertragen van een faillissementsaanvraag, dat naar Nederlands recht niet strafbaar is. Desondanks heeft de rechtbank besloten om de overlevering toe te staan, gezien de omstandigheden van de zaak en het feit dat de overige feiten wel aan de eisen voldoen.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer, bestaande uit de voorzitter en twee rechters, en is openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open, conform de bepalingen van de OLW.