ECLI:NL:RBAMS:2025:10388

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
c/13/767634 HA ZA 25-930
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:83 BWArt. 6:265 BWArt. 6:271 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding overeenkomst maatwerk natuurstenen keukeneiland en terugbetaling aanbetaling

Op 18 september 2024 sloot eiser een overeenkomst met Terratorium B.V. voor levering en installatie van een maatwerk natuurstenen keukeneiland tegen een aanneemsom van €59.290. Eiser betaalde direct 50% aan als aanbetaling. De levering was gepland voor week 6 van 2025. Gedurende de periode ontstond onvrede over communicatie en voortgang, waarna Terratorium op 4 december 2024 de mogelijkheid tot beëindiging van het project aanbood.

Eiser bevestigde op 6 december 2024 de beëindiging van de order, maar stelde dat hij de aanbetaling terug wilde ontvangen. Terratorium weigerde terugbetaling en stelde dat eiser de overeenkomst had opgezegd, waardoor de volledige aanneemsom verschuldigd zou zijn. Eiser stelde dat hij de overeenkomst niet had opgezegd, maar ontbonden wegens tekortkoming van Terratorium die de productie stopzette.

De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van opzegging door eiser, maar van ontbinding wegens tekortkoming en verzuim van Terratorium op grond van artikel 6:83 sub c BW Pro. Hierdoor is eiser gerechtigd tot terugbetaling van de aanbetaling conform artikel 6:271 BW Pro. Terratorium heeft geen prestatie geleverd aan eiser en heeft daarom geen recht op vergoeding van reeds verrichte werkzaamheden. Daarnaast werd Terratorium veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de ontbinding van de overeenkomst rechtsgeldig en veroordeelt Terratorium tot terugbetaling van de aanbetaling met rente en vergoeding van kosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/767634 / HA ZA 25-930
Vonnis van 24 december 2025
in de zaak van

1.[eiser 1]

2.
[eiser 2]
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisers,
advocaat: mr. D.J.J. Folgering,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TERRATORIUM B.V.
gevestigd te Eindhoven,
gedaagde,
advocaat: mr. M.A.J. Kemps.
Eisers worden hierna gezamenlijk [eiser] genoemd (mannelijk enkelvoud) en gedaagde wordt hierna Terratorium genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 april 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met één productie,
- het tussenvonnis van 30 juli 2025 waarin de mondelinge behandeling is bepaald,
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 26 september 2025 en de daarin genoemde stukken.
1.2.
Daarna is bepaald dat vandaag een vonnis wordt uitgesproken.

2.De feiten

2.1.
Op 18 september 2024 verstrekte [eiser] aan Terratorium de opdracht tot het leveren en installeren van een maatwerk natuurstenen keukeneiland voor een aanneemsom van € 59.290 (inclusief BTW) voor in de woning van [eiser] .
2.2.
Op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst moest [eiser] direct na de orderbevestiging 50% van de aanneemsom betalen, 30% van de aanneemsom bij aflevering van de zaken bij de woning en de overige 20% na afronding van de installatie van het keukeneiland.
2.3.
[eiser] voldeed op 19 september 2024 de aanbetaling van 50% van de aanneemsom.
2.4.
Na de totstandkoming van de overeenkomst kwamen partijen overeen dat de levering van het keukeneiland zou plaatsvinden in week 6 van 2025.
2.5.
Op 30 oktober 2024 verzocht [eiser] per e-mail om een update van Terratorium over het productieproces.
2.6.
Terratorium reageerde per e-mail van 31 oktober 2024 dat het haar bedoeling was om in week 6 het keukeneiland te plaatsen met daarbij dat dit afhankelijk was van
“production and transport going smoothly.”
2.7.
Op 20 november 2024 vroeg [eiser] opnieuw om een update over de productie en op 25 november 2024 sprak hij zijn onvrede uit over de communicatie vanuit Terratorium.
2.8.
Terratorium liet per e-mail van 29 november 2024 weten dat zij op schema lag voor de installatie van het keukeneiland zoals afgesproken.
2.9.
[eiser] berichtte Terratorium op 3 december 2024 dat hij in het duister tastte en verzocht opnieuw om informatie over de planning.
2.10.
Terratorium wees per e-mail van 4 december 2024 op de mogelijkheid voor [eiser] om de overeenkomst te beëindigen. Hiertoe schrijft zij:
“(…) It seems, however, that there remains a lack of trust in our ability to fulfill our obligation. To avoid further repetitive discussions, I am giving you the option to terminate the project. If you choose to cancel, we can discuss the appropriate steps to close the project.”
2.11.
Op vrijdag 6 december 2024 (12:35 uur) reageerde [eiser] :
“(…) At this point it’s best for all if we take your option to separate, you refund the original payment and we go our separate ways.”
2.12.
Hierop reageerde Terratorium dezelfde dag (14:30 uur) als volgt:
“I hereby confirm that we accept your decision to terminate your order ( [bestelnummer] ) of the custom made kitchen. Based on your termination I immediately stopped the production. I will determine the financial consequences of the termination and will get back to you.”
2.13.
Wederom diezelfde dag (14:44 uur) liet [eiser] weten niet akkoord te gaan met kosten. Hiertoe schreef hij:
“No, we don’t agree with any financial consequence. You either return the whole amount or we will compel you to perform the project.”
2.14.
Enige tijd later die dag (16:49 uur) herhaalde Terratorium haar bericht dat de beëindiging van het project door [eiser] was geaccepteerd door Terratorium en dat de productie van het keukeneiland was gestopt.
2.15.
Kort daarop (16:51 uur) reageerde [eiser] :
“I reject your decision to ignore my conditional termination. You cannot just choose the termination part and ignore my request for the full refund. Stop playing games, and refund the money. I have enough time and patience to make your life miserable with lawyers. Don’t push me.”
2.16.
Op 9 december 2024 berichtte Terratorium opnieuw dat [eiser] gebruik had gemaakt van de mogelijkheid tot beëindiging en dat daarom de productie reeds was stopgezet. Zij verwees hierbij naar haar algemene voorwaarden en wilde de vervolgstappen om het project af te ronden bespreken.
2.17.
In het kader van de financiële afwikkeling berichtte Terratorium op 10 december 2024, onder verwijzing naar haar algemene voorwaarden, dat [eiser] bij beëindiging van de overeenkomst de volledige aanneemsom verschuldigd was. Als gevolg hiervan was hij nog een bedrag van € 15.004 verschuldigd aan Terratorium.
2.18.
Op 6 maart 2025 heeft de raadsman van [eiser] per brief aan Terratorium bericht dat de overeenkomst niet door [eiser] was opgezegd en dat Terratorium haar verplichtingen niet is nagekomen en ook niet zal nakomen. In die brief is namens [eiser] de overeenkomst ontbonden en aanspraak gemaakt op terugbetaling van het aanbetaalde bedrag vermeerderd met wettelijke rente.
2.19.
Terratorium reageerde op 11 maart 2025 met het bericht dat zij door de beëindiging ongewild met kosten is geconfronteerd, maar dat zij met het oog op een minnelijke regeling wel bereid is een deel van die kosten voor eigen rekening te nemen.
2.20.
Naar aanleiding hiervan hebben partijen contact met elkaar gehad, wat leidde tot een voorstel van Terratorium. Op 13 maart 2025 liet [eiser] weten niet bereid te zijn om met minder genoegen te nemen dan terugbetaling van het aanbetaalde bedrag, vermeerderd met rente.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert – samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis voor recht verklaart dat [eiser] de overeenkomst met Terratorium rechtsgeldig heeft ontbonden en Terratorium veroordeelt tot betaling van een bedrag van
€ 29.645 en een bedrag van € 1.017,45 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente en met veroordeling van Terratorium in de kosten van de procedure.
3.2.
Terratorium voert verweer. Terratorium concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In deze zaak gaat het om de beëindiging van de tussen partijen gesloten overeenkomst.
4.2.
Terratorium stelt zich op het standpunt dat de overeenkomst door [eiser] is opgezegd waarop Terratorium de productie van het keukeneiland heeft stopgezet. Onder verwijzing naar de algemene voorwaarden van Terratorium is [eiser] als gevolg van deze opzegging de volledige aanneemsom verschuldigd.
4.3.
[eiser] ziet dat anders. Volgens [eiser] is de overeenkomst niet door hem opgezegd omdat zijn voorstel tot beëindiging steeds inhield dat hij de aanbetaling terug zou krijgen. Dat wilde Terratorium niet. Omdat Terratorium bleef volhouden dat [eiser] de overeenkomst had beëindigd en als gevolg daarvan de productie van het keukeneiland had stopgezet, is volgens [eiser] gebleken dat Terratorium in de nakoming van haar verplichting tot levering van het keukeneiland tekort zou schieten. Hiermee is Terratorium op grond van artikel 6:83 sub c BW Pro in verzuim geraakt, aldus [eiser] . Dit gaf [eiser] het recht de overeenkomst te ontbinden, wat hij heeft gedaan. Omdat ontbinding van de overeenkomst ongedaanmakingsverplichtingen met zich brengt, heeft [eiser] op grond van artikel 6:271 BW Pro recht op terugbetaling van het aanbetaalde bedrag.
4.4.
Voor zover wordt geoordeeld dat de overeenkomst niet door [eiser] is opgezegd, stelt Terratorium zich nog op het standpunt dat [eiser] de overeenkomst niet kon ontbinden omdat geen sprake is van een tekortkoming aan de zijde van Terratorium. Bovendien is Terratorium nooit in verzuim geraakt. Zij heeft toegelicht dat wanneer door de klant wordt aangegeven dat er geen prijs meer wordt gesteld op het keukeneiland, het logisch is dat er een mededeling volgt waaruit blijkt dat de productie is stopgezet. Dit betekent volgens Terratorium echter niet dat er geen keukenblad meer geleverd kan worden omdat de productie op ieder moment hervat kan worden.
geen opzegging
4.5.
De rechtbank volgt Terratorium niet in haar standpunt dat [eiser] de overeenkomst heeft opgezegd. Uit de correspondentie tussen partijen volgt voldoende duidelijk dat [eiser] slechts het project wilde beëindigen wanneer hij het aanbetaalde bedrag terug zou krijgen. Zie in het bijzonder het bericht van [eiser] van 6 december 2024, 12:35 uur (2.11). Als Terratorium dan om 14:30 uur alleen de beëindiging uit dit bericht bevestigt (2.12) reageert [eiser] om 14:44 uur dat hij niet akkoord gaat met de financiële gevolgen (2.13). Hij geeft in dit bericht duidelijk te kennen dat wanneer hij de aanbetaling niet terug krijgt hij het project wil voortzetten en alsnog het keukeneiland geleverd wil krijgen. De correspondentie is aldus niet anders te kwalificeren dan voorstellen over en weer om tot beëindiging te komen die niet tot overeenstemming hebben geleid. Daarbij past niet dat Terratorium een element uit een voorstel isoleert en als opzegging kwalificeert.
wel ontbinding overeenkomst
4.6.
Voor ontbinding van de overeenkomst door [eiser] is een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis van Terratorium vereist (artikel 6:265 BW Pro). Uit het bericht van Terratorium van 6 december 2024 van 14:30 uur (2.12) blijkt dat zij besloten heeft de productie stop te zetten. Nu dat een verbintenis van Terratorium betreft is sprake van een tekortkoming. Voor zover Terratorium al terecht in verwarring verkeerde omdat zij meende dat [eiser] had opgezegd, heeft [eiser] die verwarring ongedaan gemaakt in het bericht van dezelfde dag, om 14:44 uur (2.13). Terratorium liet de stopgezette productie echter in stand. Uit de meerdere berichten van Terratorium dat de overeenkomst volgens haar was beëindigd door opzegging en dat de productie was stopgezet, heeft [eiser] terecht kunnen afleiden dat Terratorium in de nakoming van haar verbintenis tekort zou schieten. Op grond van artikel 6:83 sub c BW Pro is Terratorium daarmee zonder ingebrekestelling in verzuim geraakt. Dit leidt ertoe dat [eiser] de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden. Als gevolg van de ontbinding ontstaan voor partijen wederzijdse verbintenissen tot ongedaanmaking van de door hen verrichte prestaties (artikel 6:271 BW Pro). Dat betekent dat beide partijen verplicht zijn tot teruggave van de door hun ontvangen prestaties.
gevolgen van de ontbinding
4.7.
Als gevolg van de ontbinding dient Terratorium het door [eiser] aanbetaalde bedrag aan hem terug te betalen. Dat Terratorium deze aanbetaling heeft ontvangen staat niet ter discussie.
4.8.
Terratorium heeft aangevoerd dat ook zij recht heeft op ongedaanmaking van de door haar verrichte prestatie, het reeds verrichte werk. In haar geval ziet dat op de waarde van reeds verrichte arbeid die op geld gewaardeerd moet worden en waar Terratorium als vergoeding recht op heeft. Dit betoog volgt de rechtbank niet. Hoewel voor de hand ligt dat Terratorium reeds werkzaamheden heeft verricht, gaat het bij de ongedaanmaking na ontbinding om de prestaties die
de contractspartijheeft ontvangen. Niet gebleken is dat [eiser] al iets van waarde heeft ontvangen van Terratorium gedurende de periode dat de overeenkomst liep. Dat betekent dat Terratorium geen aanspraak heeft jegens [eiser] op vergoeding van de waarde van reeds door Terratorium verrichtte werkzaamheden. Anders gezegd: er is geen prestatie geleverd ten gunste van [eiser] waardoor [eiser] ook geen prestatie heeft ontvangen die zij terug moet geven aan Terratorium. Dat Terratorium, zoals zij zelf aangeeft, in het productieproces niets fout heeft gedaan wil de rechtbank best aannemen. Maar dat maakt de uitkomst niet anders. Het is Terratorium die ervoor gekozen heeft de productie te staken. Daarmee heeft zij het risico genomen dat zij later niet gevolgd wordt in haar standpunt dat sprake is van een opzegging door [eiser] . Dat risico komt voor rekening van Terratorium.
4.9.
Uit het voorgaande volgt dat [eiser] de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden en dat Terratorium het aanbetaalde bedrag van € 29.645 aan hem dient terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 maart 2025.
kosten
4.10.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 1.071,45 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten zal worden toegewezen.
4.11.
Terratorium is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
144,47
- griffierecht
1.374,00
- salaris advocaat
1.572,00
(2 punten × tarief III: € 786)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
3.268,47

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
verklaart voor recht dat [eiser] de overeenkomst met Terratorium rechtsgeldig heeft ontbonden,
5.2.
veroordeelt Terratorium om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 29.645, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 6 maart 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt Terratorium om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.071,45 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
5.4.
veroordeelt Terratorium in de proceskosten van € 3.268,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Terratorium niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
veroordeelt Terratorium tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, rechter, bijgestaan door mr. J.D. Tameris, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.