ECLI:NL:RBAMS:2025:10324

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
11862163 EA VERZ 25-1000
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst na herhaaldelijk te laat komen en ongeoorloofd verblijf in het buitenland

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 3 december 2025 een beschikking gegeven over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen de besloten vennootschap Advanced B.V. en de werknemer, aangeduid als [verweerder]. De werknemer was sinds 1 februari 2023 in dienst als consultant en had een salaris van € 3.800,- bruto per maand. Gedurende zijn dienstverband heeft de werknemer herhaaldelijk te laat gekund en is hij zonder toestemming naar Marokko gereisd, wat leidde tot officiële waarschuwingen van de werkgever. Ondanks eerdere waarschuwingen bleef de werknemer zich niet aan de afspraken houden, wat resulteerde in een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. De werkgever verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, wat door de rechtbank werd toegewezen. De rechtbank oordeelde dat de werknemer verwijtbaar had gehandeld en dat herplaatsing niet mogelijk was. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 februari 2026. De werknemer had geen recht op een transitievergoeding, aangezien hij deze niet had aangevraagd, en zijn verzoek om een billijke vergoeding werd afgewezen omdat er geen ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever was aangetoond.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 11862163 EA VERZ 25-1000
beschikking van: 3 december 2025
func.: 364

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ADVANCED B.V.

gevestigd te Utrecht
verzoekster, nader te noemen: Advanced
gemachtigde: mr. N.M.N. Klazinga
t e g e n

[verweerder]

wonende te [woonplaats]
verweerder, nader te noemen: [verweerder]
procederend in persoon.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Advanced heeft op 29 augustus 2025 een verzoekschrift, met producties, ingediend, dat strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. [verweerder] heeft op 3 november 2025 een verweerschrift, met producties, ingediend.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 12 november 2025, voorafgaand waaraan Advanced nog producties heeft overgelegd. Namens Advanced zijn verschenen [naam 1] en [naam 2] , die werden vergezeld door de gemachtigde. [verweerder] is eveneens verschenen. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht, Advanced aan de hand van pleitaantekeningen, en vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is een datum voor beschikking bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1.1.
[verweerder] is vanaf 1 februari 2023 voor onbepaalde tijd in dienst van Advanced als consultant. Zijn salaris bedraagt € 3.800,- bruto per maand, exclusief vakantietoeslag.
1.2.
[verweerder] wordt bij klanten van Advanced ingezet voor het uitvoeren van diensten op het gebied van IT en werkt dan op locatie van de klant. Advanced is volgens eigen zeggen geen uitzendbureau maar een dienstverlener en heeft 51 mensen in dienst. Wanneer een consultant geen opdracht bij een klant heeft wordt het salaris doorbetaald. Advanced probeert zo snel mogelijk een nieuwe opdracht te vinden en zij verwacht van de betreffende consultant dat hij hierin een actieve rol speelt. In die periode moet de consultant beschikbaar zijn om op korte termijn een kennismakingsgesprek bij een potentiële klant te voeren of zijn CV aan te passen in verband met een specifieke opdracht. Voor consultants die op dat moment geen opdracht hebben zijn er periodiek interne overleggen en trainingen bij Advanced om hen te ondersteunen in het vinden van een opdracht.
1.3.
[verweerder] is op 20 maart 2023 arbeidsongeschikt geraakt door persoonlijke omstandigheden. De klachten waren psychisch en lichamelijk en niet werk-gerelateerd. Na enige maanden is [verweerder] in het kader van zijn re-integratie begonnen met werkzaamheden op het kantoor van Advanced.
1.4.
Op 7 februari 2024 heeft zich een incident voorgedaan waarbij collega’s van [verweerder] opmerkingen hebben gemaakt zoals ‘kutvolk’ en ‘kutmarokkanen’, zonder dat ze door hadden dat [verweerder] , van Marokkaanse afkomst, dit hoorde. [verweerder] heeft hiervan in eerste instantie geen melding gemaakt.
1.5.
In de periode van 10 januari 2024 tot en met 15 maart 2024 is [verweerder] op 13 van de 24 dagen dat hij re-integratie werkzaamheden verrichtte op het kantoor van Advanced te laat gekomen, variërend van 5 minuten tot 75 minuten te laat. Op een door Advanced overgelegd overzichtje is steeds de door [verweerder] opgegeven reden voor het te laat komen vermeld. Eén keer heeft [verweerder] gezegd dat het kwam door slaapproblemen.
1.6.
Op 15 maart 2024 is [verweerder] op het te laat komen aangesproken door zijn leidinggevende, [naam 1] . Bij brief en e-mail van dezelfde dag heeft [naam 2] (algemeen directeur van Advanced) [verweerder] een officiële waarschuwing gegeven voor het meerdere keren te laat komen.
1.7.
Bij e-mail van 30 mei 2024 heeft [naam 1] aan [verweerder] geschreven:

Je hebt de proefmaand prima doorlopen. Je hebt in deze periode laten zien dat je in staat bent om tijdig op afspraken te komen. (..) Je hebt mooie stappen gemaakt in je re-integratie en mij het vertrouwen gegeven dat je weer prima aan de slag zou kunnen als consultant van Advanced. (..) Per 1 juni zul je weer beter worden gemeld (..).
1.8.
[verweerder] is in juni 2024 geplaatst op een opdracht bij [klant] in [plaats] . De opdracht is op 31 december 2024 afgerond. Bij e-mail van 12 december 2024 heeft [naam 3] , teamleider bij [klant] , aan Advanced het volgende bericht:

Hierbij de feedback over [verweerder] . Dit is opbouwend bedoeld. Tijdens het kennismakingsgesprek in juni van dit jaar kwam hij op mij over als een intelligente jonge man die met veel energie deze opdracht zou gaan aanpakken. Laat ik voorop stellen dat hij zijn werk goed heeft gedaan. Feedback die ik hem mee zou willen geven. Afgesproken dat hij 1 a 2 keer per week naar kantoor zou komen. Met moeite kwam hij 1 keer, laatste weken komt hij helemaal niet. Of communiceerde dit pas bij de dagstart om 9.30 uur. Lever een actieve bijdrage van teammeetings/ dagstarten. Je hebt kennis op gedaan bij verschillende bedrijven, hier hadden wij als team ook van kunnen leren.”
1.9.
Vanaf januari 2025 heeft Advanced gezocht naar een nieuwe opdracht voor [verweerder] .
1.10.
Bij brief van 29 januari 2025 heeft Advanced [verweerder] een tweede officiële waarschuwing gegeven, omdat zij had vastgesteld dat hij vanaf 6 januari 2025 ongeveer anderhalve week niet in Nederland was maar in Marokko en hij daarvoor geen vakantie had aangevraagd noch Advanced daarover had geïnformeerd. Daarnaast had [verweerder] volgens Advanced beschikbaarheid-overleggen waarvoor hij was uitgenodigd niet bijgewoond en had hij zijn CV en ureninvoer niet aangepast. Ten slotte schrijft Advanced dat door de twee officiële waarschuwingen en de negatieve feedback van [klant] , de maat echt bijna vol was en wanneer [verweerder] zijn gedrag en houding niet zou aanpassen, Advanced genoodzaakt was tot het nemen van andere maatregelen waarbij een beëindiging van het dienstverband niet was uitgesloten.
1.11.
Bij e-mail van 3 februari 2025 heeft [verweerder] gereageerd op beide schriftelijke waarschuwingen. Volgens [verweerder] is, na een gesprek met [naam 1] , de eerste waarschuwing ingetrokken, omdat deze ongegrond en onterecht was. Volgens [verweerder] was de tweede waarschuwing ook onterecht omdat hij met spoed naar het buitenland moest omdat zijn grootvader op sterven lag, hij er niet van op de hoogte was dat hij verblijf in het buitenland moest melden, zolang hij maar beschikbaar was, hij een open ticket had zodat hij direct kon terugkeren en niemand hem had verteld dat er overleggen waren waarbij hij aanwezig moest zijn. Verder heeft [verweerder] gesteld dat hij de opdracht bij [klant] , hoewel geen IT-functie, heeft geaccepteerd om zijn goede wil te tonen en omdat hij zo snel mogelijk weer aan de slag wilde na zijn ziekteperiode. Daarbij heeft hij die werkzaamheden goed uitgevoerd en afgerond. Ten slotte heeft [verweerder] opmerkingen gemaakt over de manier waarop Advanced met medewerkers omgaat, hij zich onterecht beschuldigd voelt, onterechte verwijten zijn gemaakt tijdens zijn ziekteperiode en zijn mobiliteitsbudget onterecht is aangepast. [verweerder] sluit af met de opmerking dat hij erop vertrouwt dat partijen open en eerlijk communiceren en tot een goede oplossing zullen komen.
1.12.
Bij e-mail van 5 februari 2025 heeft [naam 2] op de e-mail van [verweerder] gereageerd en hem uitgenodigd voor een gesprek op 13 februari 2025. Volgens Advanced was de eerste waarschuwing terecht omdat zij de adviezen van de bedrijfsarts heeft opgevolgd en concrete afspraken zijn gemaakt over de te werken uren, waarbij de bedrijfsarts niet heeft vermeld dat niet kon worden verwacht dat [verweerder] op tijd zou zijn. Bovendien had [verweerder] zelf ook niets gemeld over slaapproblematiek, maar heeft hij steeds verschillende redenen gegeven als hij te laat was, zoals een kapotte auto of verkeersdrukte. Ook ten aanzien van de tweede waarschuwing is Advanced bij haar standpunt gebleven dat deze terecht was, omdat [verweerder] zonder bericht naar Marokko was vertrokken en collega’s hem daar niet konden bereiken. Het was volgens Advanced weliswaar juist dat [verweerder] voor een aantal overleggen niet correct was uitgenodigd, maar nadat dat was rechtgezet is hij bij vier overleggen te laat verschenen of niet ingelogd, aldus [naam 2] . Tot slot schreef [naam 2] dat het beschikken over een open vliegticket niet voldoende was om op tijd beschikbaar te zijn voor een eventuele opdracht.
1.13.
Op 9 juli 2025 is [verweerder] een half uur te laat verschenen op een intern overleg, waar met medewerkers en het management van Advanced de ondernomen activiteiten om een opdracht te vinden werden besproken. Verder werden medewerkers in groepjes ingedeeld in verband met een opdracht die zij gezamenlijk voor een training op 16 juli 2025 moesten uitvoeren.
1.14.
In de daaropvolgende week was [verweerder] niet bereikbaar voor zijn huiswerkgroepje waarmee hij de opdracht moest uitvoeren. Bij de training ‘Jezelf presenteren in een intake-gesprek’ op 16 juli 2025 is [verweerder] zonder afmelding niet verschenen. Later heeft [verweerder] uitgelegd dat hij aan het studeren was voor een examen, dat verband hield met een opleiding die hij in overleg met Advanced volgde.
1.15.
In een gesprek op 23 juli 2025 heeft Advanced [verweerder] te kennen gegeven dat zij had besloten het dienstverband te beëindigen. Ter bevestiging van dit gesprek is [verweerder] een brief meegegeven waarin de inhoud van het gesprek is samengevat. Advanced verwijst daarin onder meer naar de twee waarschuwingen, de feedback van [klant] , het overleg van 9 juli 2025 en de training van 16 juli 2025, waarbij [verweerder] te laat c.q. niet aanwezig was. Volgens Advanced was de maat vol en had zij er geen vertrouwen meer in dat zij [verweerder] nog op een opdracht kon plaatsen. Het werd door zijn gedrag alleen maar moeilijker om een opdracht voor [verweerder] te vinden en bovendien kon Advanced zich niet permitteren dat [verweerder] zich op deze manier bij haar opdrachtgevers zou gedragen. Advanced had de voorkeur de arbeidsovereenkomst in onderling overleg te beëindigen maar als dat niet lukte zou zij een ontbindingsverzoek indienen, aldus de brief.
1.16.
[verweerder] heeft tijdens een gesprek op 13 augustus 2025 aan Advanced het eerdere incident van 7 februari 2024 gemeld (zie 1.4). Verder hebben partijen in dat gesprek gesproken over de beëindiging van het dienstverband per 1 oktober 2025.
1.17.
Uiteindelijk is geen vaststellingsovereenkomst gesloten en heeft Advanced op
29 augustus 2025 onderhavig ontbindingsverzoek ingediend.
1.18.
Bij e-mail van 29 september 2025 heeft [naam 1] aan [verweerder] gevraagd of hij op
1 oktober 2025 naar het kantoor van Advanced kon komen, omdat ze een opdracht hadden waarvoor ze de hulp van [verweerder] konden gebruiken. [verweerder] heeft op die dag gewerkt.

Het geschil

2. Advanced verzoekt bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, de arbeidsovereenkomst tussen partijen op zo kort mogelijke termijn te ontbinden en [verweerder] daarbij te veroordelen in de proceskosten.
3. Volgens Advanced is primair sprake van verwijtbaar handelen c.q. nalaten van [verweerder] dan wel subsidiair heeft [verweerder] door zijn handelswijze inmiddels een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding gecreëerd. Van Advanced kan in redelijkheid niet meer worden verlangd dat zij de dienstbetrekking met [verweerder] voortzet.
4. Advanced stelt kort gezegd dat [verweerder] gedurende het korte dienstverband dat hij heeft, heeft laten zien dat hij het niet belangrijk vindt om zich aan eenvoudige afspraken te houden en laat hij zijn eigen belangen prevaleren boven die van Advanced. Hij kwam te laat, is zonder toestemming afgereisd naar Marokko en toonde geen verantwoordelijkheid toen hij daarop werd aangesproken. Nog geen half jaar later lapte hij opnieuw afspraken aan zijn laars toen hij een half uur te laat kwam op het beschikbaarheidsoverleg en vervolgens niet kwam opdagen bij de training, waarbij hij bovendien zijn mededeelnemers liet zitten door de voorbereiding niet met hen op te pakken. Het is bijzonder lastig een opdracht te vinden voor [verweerder] en als hij zelf niet de minimale inzet toont die daarvoor nodig is, is dat zodanig verwijtbaar dat van Advanced niet meer kan worden verlangd het dienstverband voort te zetten. Dit wordt versterkt door het feit dat de enige klant waarvoor [verweerder] werkzaamheden heeft verricht, niet erg tevreden over hem was. Advanced maakt [verweerder] geen verwijt dat hij lang ziek is geweest, maar zij verlangt wel medewerking aan de paar verplichtingen die van [verweerder] worden gevraagd om de plaatsing op een opdracht te bespoedigen. [verweerder] vindt dat kennelijk teveel moeite en wanneer hij daarop wordt aangesproken maakt hij Advanced verwijten. Als gevolg van de houding en handelwijze van [verweerder] zijn de verhoudingen volgens Advanced duurzaam verstoord. Bovendien heeft [verweerder] een aanbod van een andere baan gekregen.
5. [verweerder] voert verweer tegen de gevraagde ontbinding en verzoekt deze af te wijzen en te bepalen dat de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet. Subsidiair, voor het geval het ontbindingsverzoek wordt toegewezen, verzoekt hij om toekenning van een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van Advanced.
6. De stellingen van partijen komen, voor zover van belang, hierna verder aan de orde.

Beoordeling

7. Vooropgesteld wordt dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is als bedoeld in sub c tot en met i van artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en voorts herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.
8. Volgens Advanced is de optelsom van de twee waarschuwingen, het vervolgens toch weer te laat komen op het overleg van 9 juli 2025 en het geheel niet verschijnen op de training van 16 juli 2025, voldoende reden om de arbeidsovereenkomst te ontbinden.
9. [verweerder] heeft hiertegen ten eerste aangevoerd dat de waarschuwingen niet terecht waren. Aan [verweerder] kan worden toegegeven dat te laat komen tijdens de periode van re-integratie hem in beginsel minder zwaar kan worden aangerekend dan wanneer hij volledig arbeidsgeschikt zou zijn geweest. Advanced is ook een tijdlang coulant geweest en heeft begrip getoond als [verweerder] niet op tijd was. Op het moment dat [verweerder] echter te laat bleef komen en vaak geruime tijd, mocht Advanced hem hierop aanspreken. Anders dan [verweerder] aanvoert kan daarbij uit de stukken niet worden opgemaakt dat slaapproblematiek ten grondslag lag aan het te laat komen en als dit al zo was dan heeft hij dit onvoldoende duidelijk gemaakt aan Advanced. [verweerder] heeft slechts één keer (begin januari 2024) gemeld dat hij slecht sliep en verder steeds een andere (praktische) reden gegeven waarom hij niet op tijd was. Dat de bedrijfsarts op dit punt een specifiek advies heeft gegeven is evenmin gebleken. Advanced heeft [verweerder] daarom op goede grond op 15 maart 2024 een officiële waarschuwing gegeven. Dat deze later zou zijn ingetrokken door [naam 1] is door Advanced bestreden en heeft [verweerder] verder niet concreet toegelicht. Wel heeft [naam 2] ter zitting toegegeven dat [naam 1] heeft gezegd dat de waarschuwing niet voor eeuwig zou zijn, maar dat is iets anders dan dat die helemaal van tafel zou zijn.
10. Evenmin valt in te zien dat Advanced de tweede waarschuwing niet had mogen geven. Als goed werknemer had [verweerder] , mede gezien de duur van de reis, op zijn minst moeten laten weten dat hij een periode niet in Nederland verbleef. Dat geldt ook als daarover in het personeelshandboek niets is geregeld. [verweerder] is immers, ook wanneer hij niet bij een klant is geplaatst, in dienst van Advanced en krijgt op dat moment ook zijn salaris doorbetaald. Advanced mag in dat kader van [verweerder] verwachten dat hij zowel voor collega’s als voor het management goed bereikbaar en snel beschikbaar is. Niet weersproken is dat [verweerder] tijdens zijn verblijf in Marokko telefonisch slecht en soms zelfs niet te bereiken was en het spreekt voor zich dat hij op die afstand minder snel beschikbaar en inzetbaar was voor Advanced. Een open vliegticket maakt dat niet anders. Dat [verweerder] op dat moment niet op een opdracht was geplaatst betekent dan ook niet dat hij geen plichten had tegenover Advanced. Onbetwist is bovendien dat [verweerder] in die periode ook daadwerkelijk overleggen waar hij werd geacht aanwezig te zijn, heeft gemist. [verweerder] had als goed werknemer voorafgaand aan zijn vertrek toestemming aan Advanced moeten vragen dan wel vakantieverlof moeten opnemen, maar in ieder geval had hij moeten melden dat, wanneer en voor hoelang hij naar Marokko ging, ook al was de situatie spoedeisend vanwege een sterfgeval. Het valt [verweerder] te verwijten dat hij dat niet heeft gedaan. De in dit verband gegeven waarschuwing is dan ook terecht gegeven en is niet disproportioneel, zoals [verweerder] betoogt.
11. [verweerder] heeft voorts niet betwist dat hij te laat is verschenen op het overleg van 9 juli 2025, maar voert aan dat hem dit niet kan worden kwalijk genomen omdat hij niet de enige was. Hoewel Advanced dat erkent, was [verweerder] volgens haar als enige niet een paar minuten maar een half uur te laat. [verweerder] heeft dat niet bestreden, net zo min als dat hij heeft weersproken dat twee collega’s die uit dezelfde richting kwamen, wel op tijd waren. Daarnaast is voldoende komen vast te staan dat [verweerder] zich in de dagen ná het overleg niet heeft ingespannen om met zijn groepje de opdracht voor de training van 16 juli 2025 voor te bereiden. Volgens [verweerder] heeft hij geprobeerd met het groepje te bespreken of ze de week erna konden afspreken, maar heeft hij daarop niets meer gehoord. Ter zitting heeft hij desgevraagd erkend dat hij niet met de collega’s heeft afgesproken en dat hij Advanced hierover niet heeft ingelicht. Vervolgens heeft hij de training van 16 juli 2025, waarvan hij wist dat Advanced dat van hem verlangde, in het geheel niet bijgewoond. Als dat was omdat hij bezig was met de voorbereiding van een examen, zoals [verweerder] aanvoert, had hij dat vooraf met Advanced moeten overleggen. Advanced heeft echter aan de hand van productie 16 voldoende duidelijk gemaakt dat het niet geloofwaardig is dat [verweerder] die dag daadwerkelijk bezig was met zijn opleiding. Uit de productie volgt dat [verweerder] in totaal slechts 50 seconden actief is geweest binnen de online lesomgeving van de opleiding en het is niet goed voorstelbaar dat [verweerder] , nadat hij voor de eerste keer had ingelogd, binnen 50 seconden de digitale lesomgeving heeft kunnen overzien, het betreffende lesmateriaal heeft kunnen vinden én dat heeft kunnen downloaden, zoals hij beweert. Daarbij geldt bovendien dat áls hij op 16 juli 2025 tijd zou hebben besteed aan zijn opleiding en niet aan de training, hem nog steeds het verwijt treft dat hij dit op eigen houtje heeft besloten, zonder overleg met Advanced.
12. [verweerder] heeft zich derhalve meerdere keren, zonder overleg en ondanks eerdere waarschuwingen, niet aan de regels gehouden die Advanced hem voorschreef en die zij als werkgever redelijkerwijs ook mocht voorschrijven. Hoewel daartegenover staat dat [verweerder] na een moeilijke en verdrietige tijd, zijn re-integratie uiteindelijk goed heeft afgerond (zie de e-mail van 30 mei 2024 van [naam 1] ) en hij zijn werk inhoudelijk goed lijkt aan te kunnen (zie de feedback van [klant] ) heeft [verweerder] door zijn gedrag verwijtbaar gehandeld, zodanig dat van Advanced in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Dit geldt te meer nu [verweerder] in 2025 geen opdracht had en dus slechts een beperkte inspanning van hem werd verwacht. De beperkte instructies die hij kreeg, had hij dan ook stipt moeten en kunnen nakomen. Advanced stelt daarbij terecht dat zij het zich niet kan permitteren dat [verweerder] dit gedrag vertoont bij haar opdrachtgevers omdat dit haar goede naam zal aantasten. [verweerder] voert nog wel aan dat dit niet strookt met de omstandigheid dat hij op 1 oktober 2025 nog voor Advanced heeft gewerkt, maar dat verweer gaat niet op, want dat was niet voor een opdrachtgever, maar op het kantoor van Advanced zelf. Nu sprake is van verwijtbaar handelen is herplaatsing niet aan de orde. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden tegen 1 februari 2026. [verweerder] heeft niet verzocht om de transitievergoeding en Advanced wordt daarom niet veroordeeld tot betaling daarvan, maar [verweerder] heeft ingevolge artikel 7:673 lid 1, a sub 2 BW wel recht op de transitievergoeding.
13. [verweerder] verzoekt wel om een billijke vergoeding ingevolge artikel 7:671b lid 9 sub c BW, maar heeft niet toegelicht waaruit het ernstig verwijtbaar handelen van Advanced zou bestaan en heeft ook geen concreet bedrag aan billijke vergoeding genoemd. Voor zover [verweerder] doelt op het incident van 7 februari 2024, kan dat niet aan het ontbindingsverzoek ten grondslag hebben gelegen, nu Advanced reeds op 23 juli 2025 heeft gemeld dat zij de arbeidsovereenkomst met [verweerder] wilde beëindigen en [verweerder] eerst op 13 augustus 2025 over het incident heeft verteld. Daarbij is duidelijk dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van het handelen van [verweerder] en niet vanwege het handelen van Advanced, laat staan dat dit handelen ernstig verwijtbaar zou zijn. De door [verweerder] verzochte billijke vergoeding wordt daarom afgewezen.
14. Nu geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, bestaat aanleiding de proceskosten te compenseren, in die zin dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 februari 2026;
compenseert de proceskosten, in die zin dat elk van de partijen de eigen kosten draagt;
verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. van Berkum, kantonrechter, bijgestaan door
mr. T.C. van Andel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.