In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 18 december 2025 uitspraak gedaan in een bodemprocedure tussen Volkswagen PON Financial Services B.V. en een gedaagde partij, die in persoon procedeerde. De zaak betreft een geschil over een operational lease van een auto, waarbij Volkswagen PON vorderingen heeft ingesteld voor onbetaalde leasetermijnen, inleverschades en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter heeft ambtshalve toetsing toegepast op de consumentenrechtelijke aspecten van de overeenkomst. De rechtbank heeft vastgesteld dat de gevorderde inname- en transportkosten niet zijn onderbouwd en daarom zijn afgewezen. De hogere maandbedragen en kilometervergoeding zijn wel toewijsbaar, omdat deze voortvloeien uit een aanpassing van de overeenkomst die door de gedaagde is geaccepteerd. De kantonrechter heeft ook geoordeeld dat het contractuele rentebeding van 1,5% per maand als oneerlijk wordt aangemerkt, waardoor de gevorderde wettelijke rente is afgewezen. De gedaagde is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten betalen. De totale te betalen bedragen zijn vastgesteld op € 8.686,61 aan hoofdsom, € 809,33 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 1.409,28 aan proceskosten.