ECLI:NL:RBAMS:2025:10295

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
11601568 \ CV EXPL 25-4508
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis inzake operational lease auto en consumentenrechtelijke toetsing

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 18 december 2025 uitspraak gedaan in een bodemprocedure tussen Volkswagen PON Financial Services B.V. en een gedaagde partij, die in persoon procedeerde. De zaak betreft een geschil over een operational lease van een auto, waarbij Volkswagen PON vorderingen heeft ingesteld voor onbetaalde leasetermijnen, inleverschades en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter heeft ambtshalve toetsing toegepast op de consumentenrechtelijke aspecten van de overeenkomst. De rechtbank heeft vastgesteld dat de gevorderde inname- en transportkosten niet zijn onderbouwd en daarom zijn afgewezen. De hogere maandbedragen en kilometervergoeding zijn wel toewijsbaar, omdat deze voortvloeien uit een aanpassing van de overeenkomst die door de gedaagde is geaccepteerd. De kantonrechter heeft ook geoordeeld dat het contractuele rentebeding van 1,5% per maand als oneerlijk wordt aangemerkt, waardoor de gevorderde wettelijke rente is afgewezen. De gedaagde is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten betalen. De totale te betalen bedragen zijn vastgesteld op € 8.686,61 aan hoofdsom, € 809,33 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 1.409,28 aan proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11601568 \ CV EXPL 25-4508
Vonnis van 18 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VOLKSWAGEN PON FINANCIAL SERVICES B.V.,
gevestigd te Amersfoort,
eisende partij,
hierna te noemen: Volkswagen PON,
gemachtigde: mr. H.J.M. Hofman (Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders),
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 7 augustus 2025,
- de akte van Volkswagen PON, met producties,
- de reactie van [gedaagde] , bestaande uit twee producties,
- de akte uitlating producties van Volkswagen PON.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij voornoemd tussenvonnis is Volkswagen PON in de gelegenheid gesteld bij akte:
  • de op de overeenkomst van toepassing verklaarde sets algemene voorwaarden in het geding te brengen;
  • zich uit te laten over de reden en grondslag van het in rekening brengen van hogere maandbedragen dan uit de overeenkomst voortvloeien;
  • zich uit te laten over de inleverdatum van de auto;
  • zich uit te laten over de vraag waarom zij een hoger kilometertarief per meer gereden kilometer in rekening brengt dan uit de overeenkomst voortvloeit;
  • de gestelde inleverschades te onderbouwen met een schaderapport;
  • de kosten van Fidron en [bedrijf] in verband met het innemen van de auto nader toe te lichten en te onderbouwen;
  • te reageren op het uitgebreide verweer van [gedaagde] bij dupliek.
2.2.
De sets algemene voorwaarden heeft Volkswagen PON in het geding gebracht. Hoewel in de akte aangekondigd, is het Inname protocol [nummer] niet overgelegd.
2.3.
Over de hogere maandbedragen en kilometervergoeding heeft Volkswagen PON laten weten dat daaraan een aanpassing van de overeenkomst ten grondslag ligt, waarmee [gedaagde] akkoord is gegaan. Verder heeft Volkswagen PON op grond van artikel 14 van de Algemene Voorwaarden Keurmerk Private Lease (hierna: de Keurmerkvoorwaarden) kleine verhogingen in de leasetermijn doorgevoerd in verband met het stijgen van de wegenbelasting. Zij heeft de door [gedaagde] getekende aanpassing van de overeenkomst overgelegd.
2.4.
De auto is volgens Volkswagen PON ingenomen op 24 december 2024. In verband met de feestdagen kon het voertuig pas op 6 januari 2025 bij Volkswagen PON worden afgeleverd. Daarom heeft Volkswagen PON laatstgenoemde datum aangehouden als einddatum van de overeenkomst. Mocht de kantonrechter 24 december 2024 passender vinden, dan betekent dit een verschil in huur van € 133,76.
2.5.
Ten aanzien van de gevorderde innameschades van € 2.820,82 heeft Volkswagen PON het taxatierapport van een onafhankelijke externe expert (Macadam) overgelegd. Ten aanzien van de gevorderde innamekosten heeft zij de onderliggende facturen van het recherchebureau en de transporteur overgelegd.
2.6.
Naar aanleiding van het verweer van [gedaagde] heeft Volkswagen PON betwist dat aan [gedaagde] zou zijn medegedeeld dat na inlevering van de auto alle problemen met de schuld zouden zijn opgelost. Volkswagen PON wijst erop dat in de e-mail van 4 december 2024 van Fidron aan [gedaagde] abusievelijk staat vermeld dat de opbrengst van de auto in mindering zal strekken op de vordering. Dat is een kennelijke verschrijving. Het recherchebureau heeft het product ‘private lease’ verward met ‘huurkoop’. Een evidente verschrijving, nu iedereen zal begrijpen dat de waarde of verkoopopbrengst van een huurauto niet toekomt aan een huurder, aldus Volkswagen PON.
2.7.
[gedaagde] heeft gereageerd op de akte van Volkswagen PON door twee producties te overleggen, zonder toelichting. Hierop heeft Volkswagen PON aangevoerd dat het gaat om een brief van haar uit oktober 2021, die bij de beoordeling niet relevant is en om de e-mail van 4 december 2024, die [gedaagde] eerder in het geding heeft gebracht en waarop zij al heeft gereageerd.
2.8.
Hierna zullen de afzonderlijke onderdelen van de vordering worden besproken, met inachtneming van wat partijen daarover hebben aangevoerd. Daar zal ook, voor zover dat in het tussenvonnis nog niet is gebeurd, (de gevolgen van) ambtshalve toetsing bij worden betrokken.
Onbetaald gelaten leasetermijnen
2.9.
Aan de hand van de nadere toelichting van Volkswagen PON over het verschil in hoogte van de onbetaald gelaten leasetermijnen met de leasetermijnen in de eerste overeenkomst, welke toelichting [gedaagde] niet heeft weersproken, wordt vastgesteld dat de in rekening gebrachte bedragen herleidbaar zijn tot de later gesloten overeenkomst, die feitelijk een aanpassing van de bestaande overeenkomst inhoudt en dat de overige, kleine verschillen in de leaseprijs betrekking hebben op gestegen wegenbelasting die is doorgevoerd. Dat heeft Volkswagen PON gedaan op grond van artikel 14 van de Keurmerkvoorwaarden. Dat artikel is getoetst en niet oneerlijk bevonden, nu de wijzigingen in de belastingen of andersoortige heffingen van overheidswege buiten de invloedsfeer van Volkswagen PON liggen en niet vooraf voorzienbaar waren of konden worden verdisconteerd in de leaseprijs. In ieder geval brengt het beding geen aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen partijen teweeg.
2.10.
Met inachtneming van hetgeen is overwogen in het tussenvonnis over de onbetaald gelaten leasetermijnen en het voorgaande, zijn de onbetaald gelaten leasetermijnen grotendeels toewijsbaar. Wat niet toewijsbaar is, is de huur over de periode 24 december 2024 tot 7 januari 2025. Vaststaat dat de auto is ingenomen op 24 december 2024, zodat die datum als einddatum moet worden aangehouden. De vertraging veroorzaakt door Fidron c.q. Volkswagen PON in verband met de feestdagen ligt buiten de invloedsfeer van [gedaagde] . Gevolg hiervan is dat € 133,76 op de hoofdsom in mindering strekt.
Kilometerafrekening
2.11.
Volkswagen PON heeft voldoende toegelicht dat de hogere kilometervergoeding die is gebruikt voor een gedeelte van de meer gereden kilometers ook is gegrond op de latere overeenkomst tussen partijen. De kantonrechter gaat er vanuit dat, hoewel dat niet zichtbaar is op de factuur, de eerder afgerekende kilometers zijn gebaseerd op het tarief dat in de eerste overeenkomst staat.
2.12.
Nu het beding waarop de kilometervergoeding is gebaseerd zich kwalificeert als kernbeding, dat duidelijk en begrijpelijk is opgesteld en daarom transparant is, is verdere toetsing van dat beding ingevolge artikel 4 lid 2 van Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten niet aan de orde.
2.13.
[gedaagde] refereert bij dupliek aan een ‘verrekening van de kilometervergoeding’ die zou zijn toegezegd. Dit zou hem zijn medegedeeld in een e-mail na 24 december 2024. Nu [gedaagde] geen e-mail na die datum heeft overgelegd die dit verweer ondersteunt, Volkswagen PON gemotiveerd heeft betwist dat zo’n mededeling aan [gedaagde] is gedaan en uit de overeenkomst geen verrekening van een kilometervergoeding voortvloeit anders dan de (tussentijdse- en eind-) kilometerafrekening die heeft plaatsgevonden, gaat dit verweer niet op.
2.14.
De in rekening gebrachte vergoedingen aan meer gereden kilometers zijn toewijsbaar.
Inleverschades
2.15.
De inleverschades heeft Volkswagen PON, in navolging van het tussenvonnis, van voldoende onderbouwing voorzien. Uit het overgelegde schaderapport met bijbehorende foto’s, waartegen [gedaagde] niets heeft ingebracht, blijken alle schades en welke bedragen Volkswagen PON [gedaagde] daarvoor in rekening brengt.
2.16.
Aan de schades ligt ten grondslag artikel 62 van de Keurmerkvoorwaarden, waarin wordt verwezen naar het Innameprotocol. De kantonrechter is er ambtshalve mee bekend dat in het Innameprotocol aan de hand van voorbeelden en foto’s uitgebreid staat beschreven welke (typen) schades wel en niet acceptabel zijn. Het Innameprotocol hoeft daarom – bij uitzondering – niet te worden overgelegd, ook nu de grondslag van dit gedeelte van de vordering artikel 62 van de Keurmerkvoorwaarden is. Dat artikel is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Inname- en transportkosten
2.17.
Volkswagen PON heeft deze kosten nader onderbouwd met een factuur van Fidron B.V. en een factuur van [bedrijf] B.V. Volkswagen PON heeft echter niet toegelicht waarom deze kosten zijn gemaakt of noodzakelijk waren. Ook bij dagvaarding niet. Uit de standpunten van partijen blijkt niet dat [gedaagde] onbereikbaar of onwelwillend was de leaseauto zonder bijkomende kosten in te leveren. Integendeel, Volkswagen PON had vóór de innamedatum (24 december 2024) contact met [gedaagde] . Bij de stukken bevindt zich ook geen brief waarin Volkswagen PON [gedaagde] verzoekt of sommeert de auto in te leveren, bij gebreke waarvan kosten van deze omvang aan externe bedrijven verschuldigd raken. Zonder de gevraagde toelichting, die Volkswagen PON niet heeft gegeven, blijven deze kosten voor rekening van Volkswagen PON.
2.18.
[gedaagde] wist dat hij geen eigenaar, maar huurder van de auto was. Hij kon en mocht daarom in redelijkheid niet afgaan op de mededeling in de e-mail van 4 december 2024 dat de opbrengst van de verkoop van de auto in mindering op zijn vordering zou worden gebracht. Ook op dit punt slaagt het verweer van [gedaagde] dus niet.
2.19.
Het voorgaande leidt tot vermindering van de gevorderde hoofdsom van € 9.567,92 met € 133,76 (overweging 2.10) en met € 747,55 (overweging 2.17), zodat resteert een toewijsbaar bedrag van € 8.686,61.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.20.
Volkswagen PON vordert een vergoeding van de door haar gemaakte buitengerechtelijke incassokosten. Zij heeft in artikel 21 van de Keurmerkvoorwaarden een beding staan dat zij aan deze vordering ten grondslag kan leggen, zodat dit beding moet worden getoetst op oneerlijkheid. Het beding is getoetst en niet oneerlijk bevonden, omdat het verwijst naar en aansluit bij de wettelijke regeling, die van dwingend recht is.
2.21.
De brief als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Het gevorderde bedrag van € 853,38 is echter hoger dan het bedrag dat voortvloeit uit het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bij een hoofdsom van € 8.686,61. Daarom wijst de kantonrechter € 809,33 toe.
Rente
2.22.
Volkswagen PON maakt aanspraak op een vergoeding van wettelijke rente, maar heeft een contractueel rentebeding van 1,5% per maand in de Aanvullende voorwaarden op artikel 20 van de Keurmerkvoorwaarden staan. Nu Volkswagen PON geen toelichting heeft gegeven over de noodzaak en rechtvaardiging van een aanzienlijk hogere rente dan de destijds geldende wettelijke (handels)rente, wordt een contractuele rente van 1,5% per maand als onevenredig hoge schadevergoeding aangemerkt. Het rentebeding wordt daarom als oneerlijk aangemerkt en blijft buiten toepassing. Terugvallen op de wettelijke regeling met betrekking tot rente is in dat geval niet meer mogelijk. Dat volgt uit de arresten van het Europese Hof van Justitie van 27 januari 2021, C-229/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia) en 8 december 2022, C-625/21, ECLI:EU:C:2022:971 (Gupfinger). De gevorderde wettelijke rente wordt daarom afgewezen.
Proceskosten
2.23.
Volkswagen PON heeft geen beding over proceskosten in haar voorwaarden staan, zodat zij zich kan baseren op de wettelijke regeling.
2.24.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Volkswagen PON worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.409,28

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Volkswagen PON te betalen een bedrag van € 8.686,61 aan hoofdsom,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Volkswagen PON te betalen een bedrag van € 809,33 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.409,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Sissing en in het bijzijn van mr. S. Homringhausen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.
991