In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 19 december 2025 een beschikking gegeven inzake de vernietiging van de erkenning van een minderjarige door de erkenner en de vaststelling van het vaderschap door de man. De moeder van de minderjarige heeft op 21 november 2024 een verzoek ingediend om de juridische situatie te laten overeenkomen met de feitelijke situatie, zodat de man als juridische vader van de minderjarige kan worden erkend. De erkenner, die de minderjarige op 17 juli 2009 heeft erkend, is niet de biologische vader, wat door een DNA-onderzoek is bevestigd. De rechtbank heeft vastgesteld dat de erkenning van de erkenner vernietigd moet worden, omdat hij niet de biologische vader is. Tevens is het verzoek van de bijzondere curator om het vaderschap van de man vast te stellen toegewezen, onder de voorwaarde dat de vernietiging van de erkenning in kracht van gewijsde is gegaan. De rechtbank heeft ook geoordeeld dat de geslachtsnaam van de minderjarige moet worden gewijzigd naar die van de man en de moeder, in overeenstemming met het uitgangspunt van eenheid van naam binnen het gezin. De rechtbank heeft geconcludeerd dat toepassing van artikel 1:7 lid 4 BW in dit geval een onrechtmatige inbreuk oplevert op het recht op identiteit en het recht op familie- en gezinsleven van de minderjarige. De beschikking is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, mr. M.W. van der Weel.