ECLI:NL:RBAMS:2025:10110

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
11615718 \ CV EXPL 25-4993
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 WAMArt. 15 WAMArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding schade na motorvoertuigongeval wegens niet-betaalde premie

De eisende partij, N.V. UNIVÉ SCHADE, vordert betaling van een schadebedrag van €6.950,00, vermeerderd met wettelijke rente, incassokosten en proceskosten, nadat zij een schadevergoeding heeft betaald voor een ongeval veroorzaakt door de gedaagde.

De gedaagde heeft niet tijdig de verzekeringspremie voldaan, waardoor er geen dekking bestond onder de verzekeringsovereenkomst. De vordering is gebaseerd op het zogenaamde na-risico zoals bedoeld in artikel 13 in Pro samenhang met artikel 15 van Pro de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM), waardoor de verzekeringsovereenkomst en de algemene voorwaarden niet ambtshalve worden getoetst.

De gedaagde is verstek verleend en in het ongelijk gesteld. De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van het resterende bedrag van €4.500,00, de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding, de tot die datum vervallen wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, rente, incassokosten en proceskosten wegens niet-betaalde premie en veroorzaakt ongeval.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11615718 \ CV EXPL 25-4993
Vonnis van 11 december 2025
in de zaak van
de naamloze vennootschap N.V. UNIVÉ SCHADE,
gevestigd te Assen,
eisende partij,
gemachtigde: Flanderijn & Van Eck Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 18 maart 2025, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 6.950,00 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. Gedaagde partij heeft in het kader van een betalingsregeling een bedrag van € 2.450,00 voldaan.
2.2.
De eisende partij legt aan de vordering ten grondslag dat de eisende partij schade heeft vergoed naar aanleiding van een door de gedaagde partij veroorzaakt ongeval. Er bestond echter geen dekking voor deze schade, omdat gedaagde partij de verzekeringspremie niet (tijdig) heeft betaald.
2.3.
Aangezien de vordering voortvloeit uit het zogenoemde na-risico als bedoeld in artikel 13 in Pro samenhang met artikel 15 van Pro de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorvoertuigen en niet rechtstreeks uit de verzekeringsovereenkomst, zal de kantonrechter de verzekeringsovereenkomst en de daarop toepasselijke algemene voorwaarden niet ambtshalve toetsen.
2.3.
Gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisende partij worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
339,00
(1 punt × € 339,00)
- nakosten
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.095,64

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 4.500,00 (€ 6.950,00 - € 2.450,00), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 18 maart 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 811,34 aan tot 18 maart 2025 vervallen wettelijke rente,
3.3.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 874,23 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.4.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 1.095,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.
519