Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] B.V.,
2.
[eiser 2],
3.
[eiser 3],
1.OKA TRADING B.V.,
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak, die op 25 november 2025 door de Rechtbank Amsterdam is behandeld, hebben eisers, bestaande uit [eiser 1] B.V., [eiser 2] en [eiser 3], een kort geding aangespannen tegen gedaagden, waaronder OKA TRADING B.V. en [gedaagde 2]. De eisers vorderen de levering van 20 aandelen in de besloten vennootschap Ristorante [naam bv] B.V. aan [eiser 3] en de teruglevering van het woordmerk “[naam broodjeszaak]” aan [naam bv]. De procedure is gestart na een geschil over de uitvoering van een tussenovereenkomst die op 28 december 2024 was gesloten, waarin was afgesproken dat [eiser 3] een derde van de aandelen zou verwerven. De eisers stellen dat de overdracht van de aandelen en het merk niet is uitgevoerd, ondanks dat de betaling van €25.000,- door [eiser 3] al was voldaan. Gedaagden hebben verweer gevoerd en stellen dat de overeenkomst is beëindigd omdat de formele overdracht niet binnen de afgesproken termijn heeft plaatsgevonden. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de eisers voldoende spoedeisend belang hebben en dat de vorderingen tot levering van de aandelen en teruglevering van het merk toewijsbaar zijn. De voorzieningenrechter heeft OKA veroordeeld om binnen twee werkdagen de noodzakelijke handelingen te verrichten voor de levering van de aandelen en het woordmerk binnen 14 dagen terug te leveren, op straffe van dwangsommen. Tevens zijn gedaagden veroordeeld in de proceskosten.