Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:10070

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
13-218141-25 (AVT)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 OverleveringswetArt. 8 Kaderbesluit 2002/584/JBZArt. 27 Kaderbesluit 2002/584/JBZArt. 6:162 BWArt. 14, derde lid, Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek aanvullende toestemming uitbreiding vervolging wegens ontbreken hoorrecht en nationaal aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 november 2025 het verzoek van Polen om aanvullende toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging van een overgeleverde persoon geboren in 1981. Het verzoek was ingediend op grond van artikel 14 van Pro de Overleveringswet.

De rechtbank constateerde dat het verzoek niet voldeed aan de vereisten van artikel 8 van Pro het Kaderbesluit 2002/584/JBZ, aangezien het ontbrak aan een nationaal aanhoudingsbevel of een gelijkwaardige rechterlijke beslissing. De Poolse autoriteiten bevestigden dat er geen preventieve detentie tegen de overgeleverde persoon was opgelegd, waardoor deze vrij zou blijven tijdens de eventuele vervolging.

Daarnaast bleek uit correspondentie met de Poolse autoriteiten dat de overgeleverde persoon niet in de gelegenheid was gesteld om zijn opmerkingen of bezwaren kenbaar te maken, waardoor het hoorrecht niet was geëerbiedigd. Dit leidde tot de conclusie dat niet was voldaan aan de eisen van effectieve rechterlijke bescherming.

Gelet op het ontbreken van het nationaal aanhoudingsbevel en het niet eerbiedigen van het hoorrecht, wees de rechtbank het verzoek om aanvullende toestemming af.

Uitkomst: Het verzoek om aanvullende toestemming voor uitbreiding van de vervolging is afgewezen wegens ontbreken van een nationaal aanhoudingsbevel en het niet eerbiedigen van het hoorrecht.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-218141-25
Datum beslissing: 26 november 2025
BESLISSING
op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 10 september 2025, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door
the Regional Court in Radom, 2nd Criminal Division,Polen, op 8 april 2025 en betreft:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats] (Polen),
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat niet alle gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ De voorhanden zijnde stukken zijn voorts niet toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen. De rechtbank zal daarom het verzoek om aanvullende toestemming afwijzen.
Nationaal aanhoudingsbevel
Uit artikel 27, vierde lid in verbinding met artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, Kaderbesluit 2002/584/JBZ volgt dat een verzoek om aanvullende toestemming ten behoeve van de uitbreiding van de vervolging, voor zover hier relevant, een (nationaal) aanhoudingsbevel of een andere voor tenuitvoerlegging vatbare gelijkwaardige rechterlijke beslissing dient te vermelden.
Uit de stukken blijkt niet dat aan deze voorwaarde is voldaan.
Desgevraagd heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit op 29 oktober 2025 laten weten:
“Currently, in case file no. 1001-105 .Ds.5 .2025 of the Mazovian Regional Division of the Department for Organized Crime and Corruption of the National Prosecutor' s Office in Warsaw (in which a request was submitted for consent to prosecute Mr. [opgeëiste persoon] in case II Kop 18/25), no preventive measure in the form of pre-trial detention is being applied against Mr. [opgeëiste persoon] .
Consequently, should consent to prosecute be granted, he will stand trial while at liberty - that is, he will remain free until a possible conviction and execution of a custodial sentence (if such a sentence is imposed).”
Naar het oordeel van de rechtbank bevestigt deze informatie dat aan het verzoek geen nationaal aanhoudingsbevel ten grondslag ligt. Alleen al om deze reden zal de rechtbank het verzoek afwijzen.
Hoorrecht
Met betrekking tot de vraag of de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek om aanvullende toestemming kenbaar te maken, [1] zijn nadere vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.
Met een e-mail van de Poolse autoriteiten van 29 oktober 2025 zijn deze vragen voor zover hier relevant, als volgt beantwoord :
“He is currently at liberty. Therefore, this Court cannot guarantee whether he will appear for questioning in connection with the request for additional consent.”
Uit deze informatie volgt dat de overgeleverde persoon niet in de gelegenheid is gesteld om eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken. Het hoorrecht is dan ook niet geëerbiedigd, waardoor niet is voldaan aan de eisen van een effectieve rechterlijke bescherming. Ook om deze reden zal de rechtbank het verzoek afwijzen.

2.Beslissing

De rechtbank:
WIJST AFhet verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging van
[opgeëiste persoon]voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 26 november 2025 door
mr. A.K. Glerum, voorzitter,
mrs. O.P.M. Fruytier en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier.

Voetnoten

1.HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.