ECLI:NL:RBAMS:2025:10055

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
778865
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kort geding over dwangsom en nakoming van een eerdere veroordeling in een contractuele geschil tussen Movianto Nederland B.V. en Oxford Nanopore Technologies PLC

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 16 december 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen Movianto Nederland B.V. (hierna: Movianto) en Oxford Nanopore Technologies PLC (hierna: ONT). Movianto had ONT aangeklaagd omdat ONT weigerde te voldoen aan een eerdere rechterlijke uitspraak van 23 september 2025, waarin ONT werd bevolen om logistieke diensten van Movianto af te nemen tot 1 april 2026. ONT had de overeenkomst met Movianto opgezegd en stelde dat nakoming van het vonnis onmogelijk was. Tijdens de mondelinge behandeling op 2 december 2025 heeft Movianto zijn vorderingen toegelicht, terwijl ONT verweer voerde en een tegenvordering indiende. De voorzieningenrechter heeft de exceptie van relatieve onbevoegdheid van ONT verworpen en geoordeeld dat de rechtbank bevoegd was om van de vorderingen kennis te nemen. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat Movianto een spoedeisend belang had bij de gevorderde dwangsom, omdat ONT het eerdere vonnis niet nakwam. De voorzieningenrechter heeft ONT bevolen om binnen twee dagen na betekening van het vonnis het eerdere vonnis na te komen en heeft een dwangsom van € 100.000,00 per dag opgelegd bij niet-nakoming, tot een maximum van € 1.000.000,00. ONT is in de proceskosten veroordeeld, die zijn begroot op € 2.118,40. In reconventie heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van ONT afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/778865 / KG ZA 25-940 EAM/MAH
Vonnis in kort geding van 16 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MOVIANTO NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Oss,
eiseres bij dagvaarding van 24 november 2025,
verweerster in reconventie,
hierna te noemen: Movianto,
advocaat: mr. K.V.A.J.M.M. de Bonth,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
OXFORD NANOPORE TECHNOLOGIES PLC,
te Oxford (Verenigd Koninkrijk),
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
hierna te noemen: ONT,
advocaat: mr. A. Knigge

1.De procedure

1.1.
Tijdens de mondelinge behandeling op 2 december 2025 heeft Movianto de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht en ONT de eis in reconventie (tegenvordering). ONT heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een op voorhand ingediende conclusie van antwoord. Beide partijen hebben producties en een pleitnota ingediend. Het bezwaar van Movianto tegen de door ONT laat ingediende conclusie van antwoord en producties 10, 13 en 15 is ter zitting door de voorzieningenrechter verworpen omdat er geen strijd is met de goede procesorde, met dien verstande dat op de bijlagen bij productie 13 geen acht zal worden geslagen.
Tenslotte is vonnis bepaald op vandaag.
1.2.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
- aan de kant van Movianto: [naam 1] (managing director Benelux) en
[naam 2] (commercieel directeur), met mr. De Bonth,
- aan de kant van ONT: [naam 3] (senior director Global logistics), [naam 4] (vice president Global supply chain) en [naam 5] (in house counsel), bijgestaan door twee tolken Engels (T.C. Mitchell en M. Iest), met mr. Knigge en zijn kantoorgenoot mr. R.H.E. Becker.

2.De feiten

2.1.
Movianto en ONT hebben in 2014 een overeenkomst gesloten op grond waarvan Movianto logistieke diensten leverde aan ONT (hierna: de Overeenkomst). ONT heeft in april 2025 de Overeenkomst tegen 1 april 2026 opgezegd en meteen de afname van de diensten van Movianto gereduceerd tot nihil.
2.2.
Daarop is Movianto bij deze rechtbank een kort geding gestart. De voorzieningenrechter heeft ONT bij vonnis van 23 september 2025 (C/13/773911 / KG ZA 25-643; hierna: het Vonnis) bevolen om binnen twee weken na betekening van het Vonnis uitvoering te geven aan haar verplichting uit hoofde van de Overeenkomst door tot 1 april 2026 maandelijks diensten van Movianto af te nemen voor een maandwaarde van minimaal € 123.949,00, met inachtneming van de tussen partijen laatstelijk overeengekomen prijzen.
2.3.
Movianto heeft het Vonnis op 25 september 2025 laten betekenen met bevel om daaraan te voldoen. ONT heeft laten weten dat niet te zullen doen.
2.4.
ONT heeft de Overeenkomst bij brief van 14 oktober 2025 met
onmiddellijke ingang opgezegd op grond van artikel 3.2.1 van de Overeenkomst, omdat Movianto haar contractuele verplichtingen niet zou zijn nagekomen.
2.5.
Op 20 oktober 2025 heeft ONT tegen het Vonnis een appeldagvaarding uitgebracht. Het daarin vervatte verzoek om behandeling als spoedappel is inmiddels door het Gerechtshof Amsterdam afgewezen. Tegen het incidentele verzoek van ONT om schorsing van de tenuitvoerlegging van het Vonnis heeft Movianto zich bij antwoordconclusie in het incident verweerd. De zaak stond op de rolzitting van dinsdag 25 november 2025 voor fourneren van stukken in het incident. Het is de voorzieningenrechter ambtshalve bekend dat ONT op die datum niet heeft gefourneerd, maar heeft verzocht om een mondelinge behandeling. Op dat verzoek zal het Hof beslissen na de roldatum van 9 december 2025.

3.Het geschil in conventie

3.1.
Movianto vordert – samengevat – om, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, ONT te bevelen het Vonnis na te komen op straffe van dwangsommen en met veroordeling van ONT in de proceskosten met wettelijke rente. Daarbij verzoekt ONT de voorzieningenrechter een certificaat af te geven waarmee dit vonnis in het Verenigd Koninkrijk kan worden ten uitvoer gelegd.
3.2.
ONT voert verweer. Zij beroept zich allereerst, zowel in conventie als in reconventie, op de relatieve onbevoegdheid van de voorzieningenrechter Amsterdam en verzoekt de zaak op grond van artikel 110 Rv te verwijzen naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant. Daarnaast voert ONT in conventie – indien haar reconventionele vordering wordt afgewezen – inhoudelijk verweer tegen de vorderingen.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4.Het geschil in reconventie

4.1.
ONT vordert om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
- primair:de tenuitvoerlegging van het Vonnis onmiddellijk te schorsen totdat in het hoger beroep is beslist;
-
subsidiair:te bepalen dat ONT aan het bevel in het Vonnis kan voldoen door – bij wijze van voorschot op de door Movianto gestelde en door ONT betwiste schade – Movianto's oktober-factuur voor niet geleverde diensten te voldoen, en voor zover het wegvallen van
3% van Movianto's omzet daadwerkelijk (nog) een spoedeisend belang in het leven roept, een door de voorzieningenrechter vast te stellen voorschotbedrag (al of niet na facturering voor niet-geleverde diensten) te voldoen zonder dat ONT gehouden is daadwerkelijk diensten af te nemen;
een en ander met veroordeling van Movianto in de proceskosten zowel in conventie als in reconventie.
4.2.
Movianto voert verweer.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

5.De beoordeling in conventie en in reconventie

5.1.
De door ONT opgeworpen exceptie van relatieve onbevoegdheid wordt verworpen. Dit kort geding hangt nauw samen met het vorige kort geding tussen partijen, dat leidde tot het Vonnis. Movianto vordert nu aan de daarin uitgesproken veroordeling een dwangsom te verbinden. Evenals in dat vorige kort geding is de voorzieningenrechter van deze rechtbank bevoegd van de vorderingen kennis te nemen op grond van het forumkeuzebeding in de Overeenkomst en is Nederlands recht van toepassing.
5.2.
Dan volgt nu de inhoudelijke beoordeling van de vorderingen. De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich voor een gezamenlijke beoordeling.
5.3.
Vaststaat dat Movianto beschikt over een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis en dat ONT dit Vonnis niet wenst na te komen. Om nakoming af te kunnen afdwingen wil Movianto dat er een dwangsom aan de veroordeling wordt verbonden. Op dit moment heeft zij geen dwangmiddel. Daarmee is haar spoedeisend belang gegeven. ONT is het niet eens met het Vonnis. Zij wil dat de uitvoerbaarheid bij voorraad wordt geschorst hangende het hoger beroep, en – indien die vordering wordt afgewezen – dat haar niet alsnog een dwangsom wordt opgelegd.
5.4.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om aan het Vonnis een dwangsom te verbinden en licht dat als volgt toe.
5.5.
Uitgangspunt is dat vonnissen moeten worden nagekomen. Dat geldt nog sterker indien het om een recent vonnis gaat zoals hier. Degene die veroordeeld is behoort het vonnis vrijwillig na te komen, maar kan daar zonodig met een dwangmiddel zoals een dwangsom toe worden gedwongen. Die noodzaak lijkt in dit geval evident omdat ONT het Vonnis niet vrijwillig nakomt. Indien zij meent dat zij daarvoor goede redenen heeft, zal zij die aannemelijk moeten maken. Daar is ONT naar voorlopig oordeel niet in geslaagd.
5.6.
Als redenen voor haar weigering om het Vonnis na te komen voert ONT aan dat nakoming onmogelijk is, omdat:
a. a) er sinds maart 2025 diverse nieuwe releases van ONT-platforms zijn geweest;
b) remigratie terug naar Movianto binnen twee weken niet mogelijk is: onder ideale omstandigheden vergt een dergelijke transitie in deze branche (medische logistiek) 10 tot 12 weken;
c) de remigratie in dit vierde kwartaal (Q4) zou moeten plaatsvinden, maar Movianto negeert dat zij in de afgelopen jaren juist in Q4 structureel heeft gefaald in het realiseren van de KPI’s;
d) Q4 een piekperiode is waarin grootschalige operationele wijzigingen uitdrukkelijk worden vermeden om leveringszekerheid te beschermen.
5.7.
Die redenen overtuigen niet. De remigratie terug naar Movianto kan volgens ONT in 10 tot 12 weken gebeuren. Deze had dus al op 2 december 2025 of anders vandaag afgerond kunnen zijn als ONT er, zoals van haar verwacht mocht worden, direct na het Vonnis van 23 september 2025 mee was gestart. Dan waren er ook minder nieuwe IT-releases geweest. Movianto betwist overigens dat zij niet met nieuwe releases van IT-systemen zou kunnen omgaan en stelt dat zij dat vanaf 2014 altijd al heeft gekund. Dat Movianto in de afgelopen jaren juist in Q4 structureel zou hebben gefaald, betwist zij eveneens. Volgens haar is ONT omstreeks augustus 2024 (zonder Movianto te informeren) overgestapt naar UPS om financiële redenen, niet omdat ONT ontevreden was over de dienstverlening door Movianto. Die stelling vindt enige steun in de overgelegde stukken; in ieder geval blijkt daar niet uit dat substantiële klachten van ONT over de prestaties van Movianto vooraf gingen aan de opzegging van de Overeenkomst. De verwijten die ONT Movianto nu (en in de ontbindingsbrief van 14 oktober 2025) maakt over onderpresteren lijken er met de haren bij gesleept. Tenslotte geldt dat de argumenten c) en d) niet erg relevant meer zijn omdat Q4 inmiddels bijna voorbij is.
5.8.
Al met al heeft ONT niet aannemelijk gemaakt dat het voor haar onmogelijk was of is om het Vonnis na te komen. Dat zij inmiddels op 14 oktober 2025, na het Vonnis dus, heeft getracht de Overeenkomst te ontbinden is een kunstgreep die haar niet baat. Verder geldt dat, voor zover nakoming nu moeilijker is dan direct na het Vonnis, dit voor rekening en risico komt van ONT zelf.
5.9.
De voorzieningenrechter zal daarom de vordering in conventie toewijzen en als prikkel tot nakoming een dwangsom opleggen. De gevorderde dwangsom wordt daarbij beperkt zoals vermeld in de beslissing. Deze veroordeling zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat, zoals uit het voorgaande volgt, Movianto spoedeisend belang heeft bij een voorziening bij voorraad. Movianto heeft verder om een tenuitvoerleggingscertificaat gevraagd. Dat zal deze week worden verstrekt.
5.10.
Uit de toewijzing van de dwangsom volgt dat de – spiegelbeeldige - primair in reconventie gevorderde schorsing moet worden afgewezen. Movianto wenst onverkorte nakoming van het Vonnis, dat wil zeggen dat ONT maandelijks diensten van Movianto afneemt voor een maandwaarde van minimaal € 123.949,00. Er is geen reden waarom Movianto genoegen zou moeten nemen met een voorschot op de schadevergoeding en daarmee ook geen reden voor toewijzing van de subsidiaire tegenvordering.
5.11.
ONT is zowel in conventie als in reconventie in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten (inclusief nakosten)worden veroordeeld. De proceskosten van Movianto in conventie worden begroot op:
- dagvaarding € 119,40
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 1.107,00
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
__________________________________
Totaal € 2.118,40
5.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5.13.
De proceskosten in reconventie worden in verband met de samenhang met de conventie begroot op nihil.

6.6. De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
6.1.
beveelt ONT binnen twee dagen na betekening van dit vonnis het Vonnis van 23 september 2025 (C/13/773911 / KG ZA 25-643) na te komen en derhalve uitvoering te geven aan haar verplichting uit hoofde van de Overeenkomst, door tot 1 april 2026 maandelijks diensten van Movianto af te nemen voor een maandwaarde van minimaal
€ 123.949,00, met inachtneming van de tussen Movianto en ONT laatstelijk overeengekomen prijzen,
6.2.
bepaalt dat ONT, voor het geval zij het onder 6.1 bedoelde bevel niet of niet tijdig
nakomt, aan Movianto een dwangsom verbeurt van € 100.000,00 per dag of dagdeel, tot een maximum van €1.000.000,00 is bereikt,
6.3.
veroordeelt ONT in de proceskosten van € 2.118,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als het vonnis wordt betekend,
6.4.
veroordeelt ONT tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.6.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
6.7.
weigert de gevraagde voorzieningen,
6.8.
veroordeelt ONT in de proceskosten, die worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Messer, voorzieningenrechter, bijgestaan door
mr. M.A.H. Verburgh, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025. [1]

Voetnoten

1.type: MAH