Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Amtsgericht Trier, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 januari 2024 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse justitiële autoriteit. De opgeëiste persoon, met de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit, was niet aanwezig maar vertegenwoordigd door zijn raadsman. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was vastgesteld.
De officier van justitie stelde zich niet-ontvankelijk omdat uit een e-mail van 17 januari 2024 bleek dat het EAB was ingetrokken door de uitvaardigende autoriteit. De raadsman sloot zich hierbij aan. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de overleveringsdetentie, die geschorst was, was geëindigd. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk. De uitspraak werd gedaan door drie rechters onder voorzitterschap van mr. E.G.M.M. van Gessel en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het Europees aanhoudingsbevel.