Eiseres, moeder en wettelijk vertegenwoordiger van een minderjarige jongen met autisme, stelde beroep in tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam tot toekenning van een persoonsgebonden budget (pgb) voor ambulante jeugdhulp.
De ouders hadden een pgb aangevraagd voor ondersteuning bij dagbesteding en school, waarvoor een budget werd toegekend. Eiseres betoogde dat ook de boven gebruikelijke zorg die zij thuis leverden in kaart had moeten worden gebracht en dat daarvoor een pgb had moeten worden toegekend.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de hulpvraag destijds zorgvuldig en voldoende heeft onderzocht. Uit het perspectiefplan en pgb-plan blijkt dat de aanvraag zich richtte op ondersteuning buitenshuis, en er was geen hulpvraag voor thuiszorg door ouders. Financiële gevolgen van de zorg werden niet geïnterpreteerd als een verzoek om aanvullende pgb-financiering.
De rechtbank verwijst naar het geldende stappenplan uit jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, waarin wordt benadrukt dat het bestuursorgaan eerst de hulpvraag moet vaststellen, vervolgens de problemen en stoornissen, en daarna de noodzakelijke hulp. Pas als eigen mogelijkheden onvoldoende zijn, volgt toekenning van jeugdhulp.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.