Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
De naamloze vennootschap Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.
[gedaagde]
Verder verloop van de procedure
Gronden van de beslissing
Voorwaarden Basis Budget en Zeker en Exclusief en aanvullende verzekeringen (PDF)te klikken.
Op 13 november 2022 ontving gedaagde bericht dat haar zorgverzekering zou worden geprolongeerd. Op het polisblad staat de tekst:
In de polisvoorwaarden leest u waarvoor u verzekerd bent. Ook deze polisvoorwaarden staan op zk.nl/voorwaarden en ook dit pdf-bestand is te downloaden en biedt de mogelijkheid om de opgeslagen informatie ongewijzigd weer te geven. Eiseres legt ter toelichting een screenshot van de betreffende webpagina uit 2022 en 2023 over.
kunnenworden gedaan op oneerlijkheid worden getoetst. Alleen op die manier wordt bereikt dat oneerlijke bedingen uit overeenkomsten met consumenten verdwijnen. Voor het stellen van vragen aan de Hoge Raad op dit punt is dan ook geen aanleiding.
De bedongen invorderingskosten en administratiekosten zijn niet gespecifieerd, zodat niet duidelijk is hoe hoog de kosten zijn die in rekening zullen of kunnen worden gebracht, noch wordt er een maximum aan verbonden. Weliswaar stelt eiseres dat het haar te doen is geweest de consument te waarschuwen voor kosten waarvoor een wettelijke basis bestaat, maar door deze wijze van formuleren heeft het beding een aanzienlijk bredere strekking dan slechts de kosten die op grond van de wet zijn te vorderen. Incassokosten wordt immers als één van de voorbeelden genoemd, naast administratie- en invorderingskosten. Nu eiseres zichzelf met het beding de mogelijkheid heeft gegeven om bij de consument kosten in rekening te brengen, zonder maximum en zonder dat hiervoor een geldige reden in het beding staat, is sprake van een aanzienlijke verstoring van de rechten en verplichtingen voortvloeiend uit de overeenkomst ten nadele van de consument. Dat eiseres zich in de praktijk niet op het beding beroept of dat zij een ‘vangnetbepaling’ in artikel 1.1 van de polisvoorwaarden heeft opgenomen waarin staat dat als een verschil bestaat tussen de (interpretatie van de) verzekeringsvoorwaarden en de wet, de wet prevaleert, is voor de toets of een beding oneerlijk is niet relevant. Het incassobeding zelf is op grond van het voorgaande oneerlijk, zodat het buiten toepassing moet worden gelaten. Terugvallen op de wettelijke regeling met betrekking tot de incassokosten is in dat geval niet meer mogelijk, zie HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:2021:68 (Dexia) en HR 10 februari 2023, ECLI:NL:2023:198 (Kinderopvang). Het meer subsidiaire standpunt van eiseres dat artikel 6:96 lid 5 BW Pro van dwingend recht is en dus niet onder het herzieningsverbod valt en daarom niet buiten toepassing kan worden gelaten faalt daarmee ook.