ECLI:NL:RBAMS:2024:863

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 februari 2024
Publicatiedatum
16 februari 2024
Zaaknummer
C/13/715126 / HA ZA 22-228
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:37 BWArt. 6:119 BWModelreglement 1992 van de VvE
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering geluidsisolerende maatregelen wegens onvoldoende onrechtmatige hinder

Eiseres vorderde dat gedaagden geluidsisolerende maatregelen zouden treffen vanwege geluidshinder vanuit hun bovengelegen appartement. De rechtbank benoemde een deskundige die onderzoek deed naar de geluidsisolatie tussen de appartementen, met metingen en beoordeling aan de hand van de NEN 1070:1999-normen.

De deskundige concludeerde dat de contactgeluidisolatie van de houten balkenvloer goed tot uitstekend was, maar de luchtgeluidisolatie slecht. Verbetering van de luchtgeluidisolatie was mogelijk via een vrijdragend afgehangen plafond in de onderliggende woning van eiseres. De rechtbank oordeelde dat de door eiseres genoemde norm Ico > +10 dB niet van toepassing was op deze appartementen.

De reeds getroffen maatregelen door gedaagden hadden baat gehad en de vloer was voldoende geluidsisolerend. Omdat verbetering van de luchtgeluidisolatie maatregelen aan het plafond van eiseres vereiste, kon gedaagden niet worden veroordeeld tot maatregelen. Er was geen sprake van onrechtmatige of onredelijke hinder in de zin van artikel 5:37 BW Pro en het Modelreglement 1992.

Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten en de kosten van de deskundige bleven voor haar rekening. De vorderingen werden afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af omdat geen onrechtmatige hinder is vastgesteld.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/715126 / HA ZA 22-228
Vonnis van 14 februari 2024
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats] ,
eiseres,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

2.
[gedaagde 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
gedaagden,
advocaat: mr. V.T. Acar te Rotterdam.
Eiseres zal hierna [eiseres] worden genoemd. Gedaagden zullen hierna samen [gedaagden] (in vrouwelijk enkelvoud) worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 8 maart 2023 waarin een deskundige is benoemd en de daarin genoemde processtukken,
- het deskundigenbericht van 12 oktober 2023,
- de conclusie na deskundigenbericht van [eiseres] ,
- de akte uitlating na deskundigenbericht van [gedaagden]
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Deze zaak gaat over de vraag of [eiseres] zodanige geluidshinder ondervindt van het bovengelegen appartement van [gedaagden] , dat [gedaagden] moet worden veroordeeld tot het nemen van geluidsisolerende maatregelen. In het tussenvonnis heeft de rechtbank een deskundige benoemd om de volgende vragen te beantwoorden:
I Welke normen bestaan er voor de isolerende waarde van vloeren en geluidoverlast in het soort appartementen als van [eiseres] en [gedaagden] ?
II Welke geluidsisolatiewaarde moet worden toegekend aan de vloer en het plafond tussen de appartementen van [eiseres] en [gedaagden] ?
III Wat is de invloed van de houten balkenconstructie in het pand op deze geluidsisolatiewaarde?
IV Zijn er verbeteringen in de geluidsisolatie mogelijk? Zo ja:
i. aan welke maatregelen moeten [eiseres] en [gedaagden] dan denken?
ii. wat zouden die maatregelen aan geluidsisolatie opleveren?
iii. wat zijn de kosten van die maatregelen?
V Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de beoordeling?
2.2.
De deskundige heeft ter beantwoording van vraag 1 onderbouwd dat de NEN 1070:1999-normen handvatten geven om de geluidsisolatiewaarden objectief te beoordelen bij woningscheidende bouwconstructies zoals tussen de appartementen van [eiseres] en [gedaagden] De rechtbank sluit bij deze normen aan.
2.3.
De deskundige heeft in verschillende vertrekken metingen verricht. In de resultaten wordt een onderscheid gemaakt tussen luchtgeluidisolatie en contactgeluidisolatie. Wat betreft de invloed van de houten balkenconstructie op de geluidisolatiewaarde, heeft de deskundige geconcludeerd dat uit de meetresultaten geen problemen zijn af te leiden met de stijfheid van de balken of het meetrillen met contactgeluiden. Tot slot concludeert de deskundige dat:
- De contactgeluidisolatie van de houten balkenvloer met de totale vloerafwerking een LnT,A heeft tussen de 41 dB en 47 dB (Ico +11 dB tot +18 dB), waarmee de contactgeluidisolatie conform de NEN 1070:1999 geclassificeerd kan worden als ‘goed’ tot ‘uitstekend’.
- De luchtgeluidisolatie van de houten balkenvloer een DnT,A,k heeft tussen de 47 dB en 50 dB (Llu;k -3 tot -2), waarmee de luchtgeluidisolatie conform de NEN 1070:1999 geclassificeerd kan worden als ‘slecht’.
- Wij adviseren maatregelen te treffen teneinde de luchtgeluidisolatie te verbeteren, middels het toepassen van een vrijdragend afgehangen plafond in de ondergelegen woning [adres] . Bij het toepassen van deze maatregel zal eveneens de contactgeluidisolatie licht verbeteren.
2.4.
Op de vraag van de advocaat van [gedaagden] welke luchtgeluidisolatie te verwachten is bij een pand uit 1901, heeft de deskundige geantwoord dat dit vaak in klasse 5 ‘zeer slecht’ of zelfs nog lager zal uitvallen en dat bij een verbouwing wordt gestreefd naar klasse 4 ‘slecht’.
2.5.
Na het deskundigenbericht moet nog worden geoordeeld over vorderingen III en IV van [eiseres] . Deze vorderingen houden, samengevat, in dat [gedaagden] wordt veroordeeld de maatregelen te treffen die de deskundige aanbeveelt, althans die nodig zijn om te voldoen aan de norm Ico > +10dB en dat de deskundige wordt verzocht, nadat [gedaagden] de aanbevolen maatregelen heeft getroffen, te onderzoeken of de vloer van [gedaagden] voldoet aan de norm Ico > +10dB.
2.6.
[eiseres] heeft in haar conclusie na deskundigenbericht gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. [gedaagden] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen.
2.7.
De rechtbank wijst de vorderingen van [eiseres] af. In het tussenvonnis heeft de rechtbank al, samengevat, geoordeeld dat de door [eiseres] genoemde norm van Ico > +10dB niet geldt voor de appartementen zoals die van [eiseres] en [gedaagden] Uit het deskundigenbericht blijkt dat de geluidsisolerende maatregelen die [gedaagden] eerder heeft genomen, baat hebben gehad waardoor haar houten vloer voldoende geluidsisolerend is. Op het punt van luchtgeluidisolatie is nog verbetering mogelijk, maar dat vereist maatregelen aan het plafond in de ondergelegen woning van [eiseres] . Er is daarom geen aanleiding om [gedaagden] te veroordelen tot het nemen van geluidsisolerende maatregelen. Gelet op de bevindingen van de deskundige kan ook niet worden geoordeeld dat de vloer van [gedaagden] onrechtmatige hinder in de zin van artikel 5:37 BW Pro of onredelijke hinder in de zin van artikel 17 lid 5 van Pro het Modelreglement 1992 van de VvE veroorzaakt.
2.8.
[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] tot op heden begroot op:
- griffierecht € 314
- salaris advocaat € 1.842 (3 punten x € 614)
Totaal € 2.156
2.9.
De over de proceskosten gevorderde wettelijke rente en de nakosten zullen worden toegewezen zoals onder de beslissing vermeld.
2.10.
De kosten van de deskundige die [eiseres] heeft voorgeschoten blijven voor rekening van [eiseres] .
2.11.
Op de overige vorderingen is al in het tussenvonnis beslist.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] tot op heden begroot op € 2.156 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf veertien dagen na dagtekening van dit vonnis tot de dag van algehele betaling,
3.3.
veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten van:
- € 178 aan salaris advocaat,
- te vermeerderen met € 92 aan salaris advocaat en met de explootkosten als [eiseres] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden,
3.4.
verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.H. Broesterhuizen, rechter, bijgestaan door mr. M.A.A. van Achterberg, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2024 en ondertekend door mr. P. Vrugt, rechter.