Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
5 december 2024.
mr. J.I.P. Hofstee, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C.B. Stenger, naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
zaak A– kort gezegd – van beschuldigd dat hij zich op 14 maart 2024 in [plaats ziekenhuis] heeft schuldig gemaakt aan:
zaak Bwordt verdachte beschuldigd van mishandeling van (zijn vriendin en/of ex-vriendin) [naam (ex-)vriendin verdachte] op 15 december 2023 in [pleegplaats] .
zaak Cwordt verdachte ervan beschuldigd dat hij zich op 5 februari 2024 in [plaats ziekenhuis] heeft schuldig gemaakt aan:
3.Voorvragen
4.Standpunten
zaak Aonder 1, te weten poging tot doodslag althans zware mishandeling. In de eerste plaats kan niet worden vastgesteld dat verdachte met de schaar een stekende beweging heeft gemaakt richting aangever. Daarnaast kan het letsel van aangever goed passen bij het vastpakken door verdachte van aangever waarbij verdachte aangever met zijn uitstekende ring heeft geraakt. Indien verdachte wel zou hebben uitgehaald met de schaar dan is dat onvoldoende om tot de vaststelling te komen dat door die handeling sprake is van een poging doodslag dan wel een poging zware mishandeling.
zaak Bheeft de raadsvrouw gesteld dat verdachte heeft gehandeld uit noodweer. Verdachte werd door aangeefster met een kandelaar op zijn hoofd geslagen en werd door haar gebeten. Verdachte heeft in reactie daarop aangeefster in het gezicht geslagen.
zaak Cvrijspraak bepleit.
5.Waardering van het bewijs
6.Bewezenverklaring
7.De strafbaarheid van de feiten
8.De strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straffen
sterk verminderde mate toe te rekenen.
10.Beslag
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
330 (driehonderddertig) dagen.
77 (zevenenzeventig) dagen, van deze gevangenisstraf
niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.