Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
.De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een geschil over de eigendom van een auto die eigendom was van eiseres. Nadat de relatie tussen eiseres en haar voormalige partner was verbroken, heeft de gedaagde de auto weggenomen en op zijn naam gezet, waarna hij deze aan een derde heeft verkocht.
Eiseres vordert dat de rechtbank verklaart dat gedaagde aansprakelijk is voor de schade, en dat hij schadevergoeding betaalt ter hoogte van de vervangingswaarde van de auto, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Gedaagde voert verweer en betwist onder meer de vordering.
De rechtbank stelt vast dat voor een geldige eigendomsoverdracht een titel, beschikkingsbevoegdheid en levering vereist zijn. Omdat de auto eigendom was van eiseres en haar voormalige partner niet beschikkingsbevoegd was, is de overdracht niet rechtsgeldig. Gedaagde was bovendien niet te goeder trouw, omdat hij onvoldoende onderzoek deed naar de eigendomssituatie ondanks duidelijke aanwijzingen.
Daarmee is gedaagde onrechtmatig jegens eiseres gehandeld door de auto toe te eigenen en te verkopen. De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding toe, begroot op € 18.950,00, en veroordeelt gedaagde tot betaling van wettelijke rente en proceskosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde is aansprakelijk voor onrechtmatige toe-eigening en moet € 18.950,00 schadevergoeding plus rente en proceskosten betalen.