Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlagedie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Vrijspraak
4.Beslissing
spreekt verdachte daarvan vrij.
14 november 2024.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van feitelijke leiding bij het medeplegen van overtredingen van de Sanctieregeling inlijving Krim en Sebastopol 2014 en de Sanctiewet 1977. Verdachte werd verweten betrokken te zijn bij de verkoop en levering van goederen en het verlenen van technische bijstand voor de bouw van de Krimbrug.
De officier van justitie stelde dat verdachte als manager finance en HR bevoegd en gehouden was maatregelen te treffen ter voorkoming van de overtredingen en bewust de aanmerkelijke kans op overtreding had aanvaard. De verdediging voerde aan dat verdachte geen kennis had van de feitelijke bestemming van de orders en geen beslissingsbevoegdheid bezat.
De rechtbank concludeerde dat verdachte slechts OFAC-checks uitvoerde en niet op de hoogte was van de feitelijke bestemming van de goederen en technische bijstand. Tevens was verdachte niet bevoegd om maatregelen te treffen. De feiten konden daarom niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De overtredingen konden wel aan de rechtspersoon worden toegerekend, maar niet aan verdachte als feitelijke leidinggever.
Deze uitspraak onderstreept het belang van het aantonen van kennis en bevoegdheid bij feitelijke leiding in sanctiezaken.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor feitelijke leiding en kennis van sanctieovertredingen.