ECLI:NL:RBAMS:2024:845

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 februari 2024
Publicatiedatum
16 februari 2024
Zaaknummer
13-327475-23
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 266 SrArt. 310 SrArt. 311 SrArt. 2 OLW
Verwijzingen
12 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks verzoek nader psychiatrisch onderzoek

De rechtbank Amsterdam behandelde op 1 februari 2024 het verzoek tot overlevering van een opgeëiste persoon op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Kantongerecht Hechingen, Duitsland. De opgeëiste persoon, geboren in Libië en met meerdere aliassen, verscheen bij de zitting en werd bijgestaan door een raadsman en een Arabische tolk.

De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon juist was en dat de feiten waarvoor overlevering werd verzocht, waaronder diefstal en poging daartoe met braak, ook naar Nederlands recht strafbaar zijn. De rechtbank oordeelde dat aan de vereisten voor dubbele strafbaarheid en de minimale strafdreiging van twaalf maanden werd voldaan.

De raadsman verzocht om aanhouding van de behandeling om nader psychiatrisch onderzoek te kunnen laten verrichten naar de psychische gesteldheid van de opgeëiste persoon, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de medische situatie geen zelfstandige weigeringsgrond vormt voor overlevering en dit onderwerp eventueel in het kader van de feitelijke overlevering kan worden behandeld.

De rechtbank concludeerde dat het EAB voldeed aan de wettelijke eisen en dat geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg stonden. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering toe ondanks het verzoek om nader psychiatrisch onderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/327475-23
Datum uitspraak: 15 februari 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 13 december 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 30 november 2023 door het Kantongerecht (
Amtsgericht) Hechingen, Duitsland, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats 1] (Libië) op [geboortedag 1] 2004,
aliassen:
[alias opgeëiste persoon 1],
geboren in [geboorteplaats 2] (Algerije) op [geboortedag 2] 1995,
[alias opgeëiste persoon 2],
geboren in [geboorteplaats 2] (Algerije) op [geboortedag 2] 1995,
[alias opgeëiste persoon 3],
geboren in Algerije op [geboortedag 3] 1983,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in het Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht te Balkbrug,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 1 februari 2024, in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat in Haarlem en door een tolk in de Arabische taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens, te weten: [opgeëiste persoon], geboren in [geboorteplaats 1] (Libië) op [geboortedag 1] 2004, juist zijn en dat hij de Libische nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van het Kantongerecht (
Amtsgericht) Hechingen van 16 november 2023 met dossiernummer: 1 Gs 1245/23.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
diefstal;
poging tot diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
poging tot diefstal;
eenvoudige belediging.

5.Overige verweren

De raadsman heeft verzocht om aanhouding van de behandeling van de zaak om nader onderzoek te kunnen laten verrichten naar de psychische gesteldheid van de opgeëiste persoon en zodoende vast te stellen of die psychische gesteldheid mogelijk aan de feitelijke overlevering in de weg staat.
Zoals de raadsman terecht ter zitting onder ogen heeft gezien, vormt de medische situatie van de opgeëiste persoon op zichzelf geen weigeringsgrond die aan de toelaatbaarheid van de overlevering in de weg staat. Een en ander kan eventueel in het kader van de feitelijke overlevering (artikel 35, derde lid, OLW) een rol (gaan) spelen. De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak daarom af.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 45, 266, 310, 311 Wetboek van Strafrecht, en 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het Kantongerecht (
Amtsgericht) Hechingen, Duitsland, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. A.K. Glerum en A.W.T. Klappe, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 februari 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.