De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam behandelde een kort geding over de ontruiming van een gekraakt bedrijfspand aan de Donauweg te Amsterdam, waarvan de eigenaar Donauweg Amsterdam B.V. is. Het pand werd in november 2024 gekraakt door eisers, die zich verzetten tegen de ontruiming die bij verstek was toegewezen op 9 december 2024. De krakers stelden dat de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis geschorst moest worden totdat in de verzetprocedure zou zijn beslist.
De rechtbank oordeelde dat in de verstekprocedure niet was voldaan aan de voorwaarden voor verkorting van de dagvaardingstermijn, met name dat de krakers niet tijdig en voorafgaand aan de betekening werden geïnformeerd over de datum en tijdstip van de zitting en niet werden voorzien van een kopie van de conceptdagvaarding. Dit ondanks dat Donauweg bekend was met contactgegevens van de krakers en het pand regelmatig bezocht.
Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2019 geldt dat een veroordeling uitvoerbaar is, tenzij zwaarwegende belangen van de veroordeelde spreken voor schorsing. De rechtbank achtte aannemelijk dat het verstekvonnis berust op een kennelijke misslag en dat de belangen van de krakers bij schorsing zwaarder wegen dan die van Donauweg, mede omdat het verstekvonnis zonder partijdebat is gewezen. De tenuitvoerlegging werd daarom geschorst tot beslissing in de verzetprocedure of het verstrijken van de verzetstermijn.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank Donauweg in de proceskosten tot een bedrag van €1.511,42, exclusief nog te bepalen kosten van betekening en salaris advocaat. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.