Op 10 mei 2022 werd verdachte aangehouden in Amsterdam met een rijbewijs dat als gestolen stond geregistreerd en meerdere persoonlijke goederen, waaronder bankpassen en een autosleutel, die van anderen waren. Verdachte werd primair verdacht van heling van het rijbewijs en subsidiair van verduistering daarvan, en daarnaast van schuldheling van de persoonlijke goederen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van heling van het rijbewijs omdat onvoldoende bewijs bestond dat hij wist dat het rijbewijs door misdrijf was verkregen. Wel werd vastgesteld dat verdachte het rijbewijs zonder rechtmatige titel onder zich hield en zich daarmee schuldig maakte aan verduistering. Ten aanzien van de schuldheling werd geoordeeld dat verdachte ernstig tekort was geschoten in zijn onderzoeksplicht en met aanmerkelijke onvoorzichtigheid handelde, mede gelet op zijn eerdere veroordelingen voor heling.
De officier van justitie vorderde een straf gelijk aan de tijd die verdachte in voorarrest had doorgebracht, maar zag af van een ISD-maatregel omdat verdachte die reeds in een andere zaak had opgelegd gekregen. De rechtbank legde een gevangenisstraf van twee maanden op, met aftrek van de voorarresttijd, passend bij de ernst van de feiten en de recidive van verdachte.