De terbeschikkinggestelde, een man met een licht verstandelijke beperking en meerdere psychische stoornissen, is sinds 2012 onder dwangverpleging geplaatst na een aanranding van de eerbaarheid. Na diverse behandelingen en resocialisatiepogingen is de verpleging in 2020 hervat wegens het schenden van voorwaarden. De behandeling richt zich op risicoreductie met specifieke modules voor seksueel grensoverschrijdend gedrag en middelengebruik.
De terbeschikkinggestelde verblijft momenteel met onbegeleid verlof binnen een forensisch psychiatrisch centrum en toont positieve ontwikkelingen zoals verbeterde copingvaardigheden en sociale vaardigheden. Desondanks blijft het risico op recidive bij het volledig wegvallen van de maatregel hoog, mede door beperkte probleeminzicht en zelfoverschatting.
De rechtbank heeft op 1 februari 2024 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de maatregel met twee jaar toegewezen. De rechtbank acht het noodzakelijk dat de terbeschikkinggestelde het traject geleidelijk voortzet onder toezicht en met controle, waarbij een zorgmachtiging onvoldoende kader biedt. De behandeling van de vordering tot aanhouding is afgewezen, en de verlenging is als proportioneel en noodzakelijk beoordeeld.