Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Vrijspraak
5.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
6.Beslissing
[...]
Rechtbank Amsterdam
Op 6 mei 2022 vond in Amsterdam een poging tot gekwalificeerde doodslag plaats waarbij twee slachtoffers betrokken waren. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen en medeplichtigheid aan deze poging, mede gebaseerd op het feit dat een telefoon met een simkaart op zijn naam in de nabijheid was aangetroffen.
De officier van justitie stelde dat verdachte als eigenaar en gebruiker van de telefoon kon worden aangemerkt, omdat op de telefoon belastende informatie was gevonden, waaronder gesprekken en foto's van de slachtoffers. Verdachte en zijn raadsman voerden aan dat het dossier onvoldoende duidelijkheid bood over de daadwerkelijke gebruiker van de telefoon en dat de politie onvoldoende onderzoek had gedaan naar andere mogelijke gebruikers.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om vast te stellen dat verdachte de gebruiker van de telefoon was. Er was onduidelijkheid over welke telefoon precies in beslag was genomen en wanneer. Hoewel er sterke aanwijzingen waren voor betrokkenheid van verdachte bij het delict, liet het dossier ruimte voor een ander scenario. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.
Daarnaast werd een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken van het nieuwe strafbare feit. De rechtbank benadrukte dat de tenuitvoerlegging reeds was bevolen door een andere rechtbank.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 11 december 2024.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij de gebruiker was van de aangetroffen telefoon.