ECLI:NL:RBAMS:2024:7285

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 november 2024
Publicatiedatum
27 november 2024
Zaaknummer
004557-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:25 SvArt. 6:6:26 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Officier van justitie niet-ontvankelijk in vordering tot machtiging gijzeling wegens kwijtschelding betalingsverplichting

De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 oktober 2024 de vordering van de officier van justitie tot machtiging tot gijzeling van de veroordeelde, die een ontnemingsmaatregel opgelegd kreeg bij arrest van het gerechtshof Amsterdam in 2002. De ontnemingsmaatregel betrof een betalingsverplichting van €125.000 aan de Staat, waarvan op 20 februari 2024 nog een openstaand saldo van €110.248,94 bestond.

Tegelijkertijd werd een verzoekschrift tot kwijtschelding of vermindering van deze betalingsverplichting ingediend door de raadsman van de veroordeelde. De rechtbank heeft op 5 november 2024 dit verzoek toegewezen en de betalingsverplichting op nihil gesteld. Hierdoor verloor de officier van justitie het belang bij de vordering tot machtiging gijzeling.

De veroordeelde was niet aanwezig op de zitting, maar werd vertegenwoordigd door zijn advocaat. De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk is in haar vordering tot gijzeling. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige strafkamer bestaande uit drie rechters op 5 november 2024.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot machtiging gijzeling omdat de betalingsverplichting op nihil is gesteld.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
Raadkamernummer: 004557-24
Datum: 5 november 2024
Beslissing van de meervoudige strafkamer op de vordering van de officier van justitie
op grond van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) in de zaak van:

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966,
zonder bekende vaste woon- of verblijfsplaats in Nederland,
hierna te noemen: de veroordeelde.

Feiten

Het gerechtshof Amsterdam heeft aan de veroordeelde bij arrest van 14 november 2002 een ontnemingsmaatregel opgelegd, inhoudende de verplichting tot betaling aan de Staat van
€ 125.000,-. De maximale duur van de gijzeling is niet bepaald in het arrest. Deze ontnemingsmaatregel is onherroepelijk geworden.
Het openstaande saldo bedroeg op 20 februari 2024 € 110.248,94.

Procedure

De vordering is op 20 februari 2024 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
De rechtbank heeft op 22 oktober 2024 de vordering ter terechtzitting behandeld.
De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van de veroordeelde, mr. H. Brentjes (waarnemend voor mr. N. Van Schaik), en de officier van justitie, mr. S.W.M. van der Linde, op zitting gehoord. De veroordeelde is, hoewel daartoe rechtsgeldig opgeroepen, niet op zitting verschenen.
De raadsman van de veroordeelde, mr. N. van Schaik, heeft op 15 oktober 2024 een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank tot kwijtschelding of vermindering van de betalingsverplichting op grond van artikel 6:6:26 Sv Pro. Het verzoekschrift is gelijktijdig behandeld op de openbare terechtzitting van 22 oktober 2024.

Vordering van het openbaar ministerie

De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlenen van een machtiging tot toepassing van gijzeling voor de duur van 956 dagen.

Standpunt van de veroordeelde

Namens de veroordeelde is bepleit de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij beslissing op het gelijktijdig behandelde verzoekschrift tot kwijtschelding of vermindering van de betalingsverplichting op 5 november 2024 bepaald dat dat verzoek wordt toegewezen en de betalingsverplichting op nihil wordt gesteld. Gelet hierop heeft de officier van justitie geen belang meer bij de vordering tot machtiging gijzeling van de veroordeelde. De rechtbank zal daarom de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Beslissing

De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering.
Deze beslissing is gegeven door
mr. M.R.J. van Wel, voorzitter,
mrs. A.C.J. Klaver en G. Demmink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.E. Leopold, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2024.