Uitspraak
1.De procedure
- het verzoek van de vrouw, ingekomen op 28 augustus 2024;
- het verweerschrift van de man, tevens houdende zelfstandig verzoek, ingekomen op 27 september 2024;
- een brief van de vrouw d.d. 2 oktober 2024;
- een brief met bijlagen van de vrouw d.d. 2 oktober 2024;
2.De feiten
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2013;
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 2] 2016.
- de vrouw is bij uitsluiting gerechtigd tot het gebruik van de echtelijke woning;
- de minderjarigen zijn aan de vrouw toevertrouwd;
- de man dient met ingang van 28 maart 2024 in totaal € 115,- aan de vrouw te betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen;
- een voorlopige zorgregeling waarbij:
- de man de minderjarigen bij zich heeft één keer in de veertien dagen van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school en daarnaast iedere woensdag uit school tot 19:00 uur, waarbij de man de kinderen uit school haalt en hen terugbrengt naar de vrouw;
- de kinderen tijdens de vakanties en feestdagen bij helfte bij de man verblijven in die zin dat de schoolvakanties inclusief de herfstvakanties bij helfte worden verdeeld, waarbij de kinderen in de even jaren de eerste helft van de vakanties bij de vrouw verblijven en in de tweede helft bij de man en in de oneven jaren omgekeerd. De schoolvakanties beginnen de laatste schooldag voor de vakantie en eindigen wanneer de kinderen de eerste dag na de vakantie naar school gaan;
- de kinderen gedurende de feestdagen, te weten Pasen, Hemelvaart, Pinksteren en koningsdag in de oneven jaren bij de vrouw verblijven en in de even jaren bij de man. Kerst en oud en nieuw worden geregeld middels de vakantieverdeling.