De zaak betreft een verzoek van Jeugdbescherming regio Amsterdam tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2009. De minderjarige verblijft momenteel bij zijn grootmoeder (oma mz.) in een pleegzorgvoorziening. De kinderrechter heeft eerder al een ondertoezichtstelling en machtiging verleend, die nu aflopen.
JBRA stelt dat ondanks positieve ontwikkelingen zoals het hervatten van school en sociale contacten, de minderjarige nog steeds ernstige ontwikkelingsbedreigingen ondervindt, mede door de voortdurende conflicten tussen ouders. De moeder en vader verschillen van mening over de plaats van uithuisplaatsing, waarbij de vader een alternatieve plek voorstelt. De Raad en JBRA adviseren verlenging van de huidige situatie bij de grootmoeder.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld. De positieve schoolontwikkeling wordt erkend, maar de overige doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog onvoldoende gerealiseerd. De plaatsing bij de grootmoeder wordt als passend en noodzakelijk beschouwd voor het welzijn en de stabiliteit van de minderjarige, met het oog op terugkeer naar de moeder op termijn.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de mogelijkheid tot hoger beroep wordt toegelicht. De beslissing is op 8 november 2024 mondeling uitgesproken en op 19 november 2024 schriftelijk vastgelegd.