Op 24 mei 2024 heeft verdachte in Uithoorn meerdere malen met een mes in de richting van de schouder van het slachtoffer gestoken. De officier van justitie vorderde een veroordeling voor poging tot doodslag, stellende dat verdachte de aanmerkelijke kans op overlijden bewust heeft aanvaard. De verdediging betoogde dat de steekbewegingen zich richtten op het schoudergebied, waar geen vitale organen aanwezig zijn, en dat daardoor geen voorwaardelijk opzet op doodslag kon worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het steken met een klein aardappelschilmesje in de buitenzijde van de schouder geen aanmerkelijke kans op de dood oplevert en sprak verdachte vrij van poging tot doodslag. Wel werd bewezen verklaard dat sprake is van poging tot zware mishandeling, omdat het steken in de schouder volgens algemene ervaringsregels een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel oplevert, welke kans verdachte bewust heeft aanvaard.
Verdachte was ten tijde van het incident psychotisch en kampte met een schizofreniespectrumstoornis en cannabisverslaving, wat leidde tot verminderd toerekeningsvatbaarheid. De rechtbank hield rekening met deze omstandigheden en met de ernst van het feit, het feit dat het slachtoffer op haar werk werd aangevallen en de impact op de samenleving.
De officier van justitie eiste 18 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, mede gelet op de noodzaak van behandeling in het thuisland Servië. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 190 dagen op, met aftrek van de tijd in voorarrest, en beval een gecontroleerde terugkeer naar Servië voor verdere behandeling. Het vonnis werd uitgesproken op 19 november 2024.