ECLI:NL:RBAMS:2024:7061
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herleving WW-uitkering wegens voortzetting zelfstandige werkzaamheden
Eiser heeft een WW-uitkering aangevraagd die per 1 mei 2023 werd beëindigd omdat hij als zelfstandige ging werken. Hij verzocht vervolgens om herleving van de WW-uitkering, maar verweerder wees dit af omdat eiser zijn zelfstandige werkzaamheden niet volledig had beëindigd.
Eiser stelde dat hij als werknemer van zijn B.V. werkte en dat het ontbinden van de B.V. gelijkstaat aan het stoppen van zijn bedrijf. De rechtbank oordeelde echter dat eiser als zelfstandige moet worden aangemerkt, mede omdat er geen premies werknemersverzekeringen werden afgedragen en de B.V. nog bestond met een actieve website en inschrijving bij de Kamer van Koophandel.
De rechtbank concludeerde dat de werkzaamheden als zelfstandige niet volledig waren beëindigd op het moment van de aanvraag om herleving van de WW-uitkering. Eiser gaf zelf aan dat hij nieuwe opdrachten zou aannemen zodra die zich voordeden en verstrekte onvoldoende bewijs van beëindiging van zijn onderneming.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft de afwijzing van de herleving van de WW-uitkering in stand. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de werkzaamheden als zelfstandige niet zijn beëindigd, waardoor de herleving van de WW-uitkering terecht is geweigerd.