Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[veroordeelde] ,
Feiten
Procedure
Vordering van het Openbaar Ministerie
Standpunt van de veroordeelde
Beoordeling
Conclusie
Beslissing
540 dagen.
Rechtbank Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam legde op 18 december 2018 een ontnemingsmaatregel op aan de veroordeelde tot betaling van €77.378,75, welke onherroepelijk werd op 3 december 2019. De veroordeelde heeft tot de datum van de vordering op 16 januari 2024 geen betaling verricht.
De officier van justitie verzocht de rechtbank om een machtiging tot toepassing van gijzeling voor de duur van 540 dagen, omdat verhaal via beslag of dwangbevel niet mogelijk was vanwege het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats van de veroordeelde in Nederland. Diverse pogingen van het CJIB om de veroordeelde te bereiken of betaling te verkrijgen, waaronder correspondentie naar verschillende adressen en verzoeken aan Italiaanse autoriteiten, bleven zonder resultaat.
De veroordeelde verscheen niet op de zitting en nam geen standpunt in. De rechtbank oordeelde dat de vordering gegrond is en dat de maximale duur van gijzeling in dit geval kan worden vastgesteld op 1.080 dagen, maar dat 540 dagen passend is gelet op het openstaande bedrag en het feit dat de veroordeelde zich onttrekt aan betaling.
De rechtbank machtigde de officier van justitie tot toepassing van gijzeling voor 540 dagen als dwangmiddel om de ontnemingsmaatregel ten uitvoer te leggen.
Uitkomst: De rechtbank machtigt de officier van justitie tot toepassing van gijzeling voor 540 dagen wegens niet-nakoming van de ontnemingsmaatregel.