ECLI:NL:RBAMS:2024:6786
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing klacht tegen verplichte medicatie op grond van Wvggz
Verzoekster heeft een zorgmachtiging ontvangen die verplichte zorg, waaronder medicatie, voorschrijft. Zij diende een klacht in tegen deze verplichte medicatie, stellende dat zij geen ernstig nadeel ondervindt en de medicatie onnodig is. De klachtencommissie verklaarde haar klacht ongegrond, waarna verzoekster de rechtbank verzocht dit te vernietigen en alsnog haar klacht gegrond te verklaren.
Tijdens de zitting gaf verzoekster aan te willen afbouwen vanwege bijwerkingen en onrechtvaardigheid van de voortdurende medicatie. Haar advocaat voerde aan dat de feiten die het ernstig nadeel onderbouwen oud en niet actueel zijn, en dat verzoekster stabiel is zonder medicatie. De psychiater stelde dat het risico op ernstig nadeel bestaat en dat het afbouwen zorgvuldig en geleidelijk moet gebeuren, waarbij hij de wens van verzoekster om af te bouwen ondersteunt.
De rechtbank oordeelt dat er een psychische stoornis is die zonder medicatie tot ernstig nadeel kan leiden. De afbouw is zorgvuldig begeleid en het verzoek om eerdere afbouw is niet verantwoord geacht. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De klacht tegen de verplichte medicatie wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.