Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
1.De procedure
3.Het geschil
4.De beoordeling
178,00
Rechtbank Amsterdam
De aannemer sloot met de voetbalvereniging drie aanneemovereenkomsten voor de aanbouw van een clubgebouw met een totale aanneemsom van ruim €1,4 miljoen. De aannemer voerde werkzaamheden uit en factureerde termijnen, waarvan een aanzienlijk deel niet werd betaald. Na opschorting van de werkzaamheden en het uitoefenen van het retentierecht vorderde de aannemer betaling van een bedrag van €333.903,08 plus rente en een bankgarantie.
De vereniging betwistte de vordering deels en voerde onder meer aan dat niet alle gefactureerde werkzaamheden waren verricht. De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk zijn, dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd en dat de aannemer een spoedeisend belang heeft bij betaling. De bestuurdersaansprakelijkheid werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank veroordeelde de vereniging tot betaling van het opeisbare bedrag, de wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten, en wees de vordering tot zekerheidstelling af. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de vereniging tot betaling van €333.903,08 plus wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten, en wijst bestuurdersaansprakelijkheid en bankgarantie af.