ECLI:NL:RBAMS:2024:6654

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 november 2024
Publicatiedatum
31 oktober 2024
Zaaknummer
AMS 24/2285
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 1 aanhef en onder sub d van de Algemene nabestaandenwetArtikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrechtArtikel 7:3 sub b van de Algemene wet bestuursrechtArtikel 13 eerste lid van de Algemene nabestaandenwetArtikel 14 van de Algemene nabestaandenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag Anw-uitkering wegens ontbreken verzekering op overlijdensmoment

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag om een Anw-uitkering na het overlijden van haar echtgenoot, die op dat moment in Marokko woonde. Verweerder wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was op grond van de Anw, aangezien hij niet in Nederland woonde of werkte en ook niet vrijwillig verzekerd was.

De rechtbank heeft het beroep beoordeeld zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten. De kern van de beoordeling was of de echtgenoot van eiseres op het moment van overlijden verzekerd was volgens de Anw. Dit bleek niet het geval te zijn, waardoor eiseres geen recht heeft op de uitkering.

Verder oordeelde de rechtbank dat het bestuursorgaan terecht heeft afgezien van een hoorzitting, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de afwijzing van de aanvraag. Eiseres krijgt het betaalde griffierecht niet terug.

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag om een Anw-uitkering.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/2285

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 november 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , uit El Kelaat M'gouna (Marokko), eiseres

(gemachtigde: M. Azeroaul),
en

de raad van bestuur van de sociale verzekeringsbank, verweerder.

Inleiding

1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een Anw [1] -uitkering.
1.2.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 31 oktober 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 14 maart 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.3.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Totstandkoming van het besluit

2.1.
Eiseres is getrouwd geweest met [naam] . Hij is op [datum] 2023 overleden. Hij woonde toen in Marokko.
2.2.
Op 28 augustus 2023 heeft eiseres een aanvraag ingediend om een Anw-uitkering.
2.3.
Met het primaire besluit van 31 oktober 2023 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen, omdat de echtgenoot van eiseres op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de Anw. Hij woonde of werkte namelijk niet in Nederland en was niet vrijwillig verzekerd voor de Anw.
2.4.
Met het bestreden besluit van 14 maart 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Beoordeling door de rechtbank

3.1.
De rechtbank beoordeelt of verweerder terecht heeft vastgesteld dat eiseres geen recht heeft op een Anw-uitkering.
3.2.
De rechtbank overweegt als volgt. Een nabestaande heeft recht op een
Anw-uitkering als de overledene op de dag van zijn overlijden (verplicht of vrijwillig) verzekerd was op grond van de Anw. [2] Iemand is verplicht verzekerd als hij in Nederland woont of in Nederland werkt. [3] Vaststaat dat de overleden echtgenoot van eiseres op het moment van zijn overlijden niet in Nederland woonde of werkte, waardoor hij niet verzekerd was op grond van de Anw. De omstandigheid dat de echtgenoot van eiseres wel een periode in Nederland heeft gewerkt, is dus niet van belang voor het beoordelen van het recht op een Anw-uitkering. Het gaat er enkel om of de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden in Nederland woonde of werkte. Van een vrijwillige verzekering of verzekering op basis van verdragsbepalingen tussen Nederland en Marokko was ook geen sprake. Dit betekent dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor toewijzing van een
Anw-uitkering. Zij heeft geen recht op een Anw-uitkering.
3.3.
Voor zover eiseres heeft aangevoerd dat verweerder ten onrechte heeft afgezien van een hoorzitting, overweegt de rechtbank als volgt. Een bestuursorgaan moet een belanghebbende in de gelegenheid stellen te worden gehoord, voordat het bestuursorgaan op het bezwaar beslist. [4] Van het horen kan worden afgezien als het bezwaar kennelijk ongegrond is. [5] Volgens verweerder was daar sprake van, nu uit het bezwaarschrift al direct bleek dat eiseres geen gelijk kon krijgen. De rechtbank volgt verweerder hierin. Gelet op de inhoud van het primaire besluit en wat eiseres daartegen heeft aangevoerd, bestond redelijkerwijs geen twijfel mogelijk over die conclusie.

Conclusie

4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de aanvraag van eiseres om een Anw-uitkering terecht heeft afgewezen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van
mr.I.G.A. Karregat, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 november 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening te treffen.

Voetnoten

1.Algemene nabestaandenwet.
2.Artikel 14, in samenhang met artikel 1, aanhef en onder sub d, van de Anw.
3.Artikel 13, eerste lid, van de Anw.
4.Artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
5.Artikel 7:3, sub b, van de Awb.