ECLI:NL:RBAMS:2024:6552

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 oktober 2024
Publicatiedatum
28 oktober 2024
Zaaknummer
13/252551-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLW
Verwijzingen
12 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens diefstal

De rechtbank Amsterdam behandelde op 9 oktober 2024 de vordering van de officier van justitie tot inwilliging van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Kantongerecht Maagdenburg. De verdachte, een Roemeense staatsburger zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd gedetineerd in een Nederlandse penitentiaire inrichting en verscheen ter zitting met bijstand van een raadsman en tolk.

Het EAB betrof de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van zeven maanden wegens diefstal, opgelegd door het Kantongerecht Maagdenburg en bevestigd door het Landgericht Maagdenburg in hoger beroep, waarbij het hoger beroep zonder inhoudelijke behandeling werd verworpen omdat de verdachte niet verscheen. De rechtbank concludeerde dat de procedure in eerste aanleg voldeed aan de vereisten van artikel 12 Overleveringswet Pro (OLW) en dat geen weigeringsgronden aanwezig waren.

De rechtbank beoordeelde dat het feit waarvoor overlevering werd verzocht, diefstal, ook onder Nederlands recht strafbaar is en dat het EAB aan de formele eisen voldeed. De overlevering werd toegestaan, waarbij werd opgemerkt dat tegen deze beslissing geen gewoon rechtsmiddel openstaat. De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Amsterdam op 23 oktober 2024.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe voor de uitvoering van een vrijheidsstraf wegens diefstal.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/252551-24
Datum uitspraak: 23 oktober 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 16 augustus 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 5 juni 2024 door het Kantongerecht (Amtsgericht) Maagdenburg (Duitsland) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1990,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [penitentiaire inrichting] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 9 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J. Woltring, advocaat te Haarlem en door een tolk in de Roemeense taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van het Kantongerecht (Amtsgericht) Maagdenburg van 5 juli 2023, referentie: 13 Ds 313/23 en een vonnis in hoger beroep van de Arrondissementsrechtbank (Landgericht) van Maagdenburg van 26 september 2023.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zeven maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Volgens het EAB worden de 94 dagen die de opgeëiste persoon in voorarrest heeft gezeten op de opgelegde vrijheidsstraf in mindering gebracht. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis van 5 juli 2023.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. [3]
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Standpunten
Zowel de raadsman als de officier van justitie stellen zich op het standpunt dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro zich niet voordoet.
Oordeel van de rechtbank
Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis Pro, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW Pro, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. [4]
Uit de aanvullende informatie van 1 oktober 2024 blijkt:
“Hierbij bevestig ik dat het Landgericht Magdeburg op 26 september 2023 geen nieuwe feitelijke en juridische beoordeling van de zaak heeft uitgevoerd. Er is geen uitspraak gedaan over de schuld van de veroordeelde. Het Landgericht heeft het beroep van de veroordeelde alleen verworpen.”
Verder begrijpt de rechtbank de aanvullende informatie zo dat het beroep zonder behandeling van de zaak is verworpen, omdat de opgeëiste persoon niet op de zitting in beroep is verschenen.
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat alleen de procedure in eerste aanleg moet worden getoetst aan artikel 12 OLW Pro. Nu het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid, is de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro niet van toepassing.

4.Strafbaarheid, feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
diefstal.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 310 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 Overleveringswet.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het Kantongerecht (Amtsgericht) Maagdenburg voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.E.M. James - Pater, voorzitter,
mrs. R.A. Sipkens en E. de Rooij, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S. van Gerven, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 23 oktober 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (