De rechtbank Amsterdam heeft op 21 juni 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het voorhanden hebben van een automatisch vuurwapen en munitie in de periode van 1 tot en met 2 maart 2024 in Amsterdam en Landsmeer.
De officier van justitie stelde dat het feit bewezen kon worden, gesteund op diverse bewijsmiddelen en de bekennende verklaring van verdachte. Verdachte erkende het bezit van het vuurwapen, maar voerde verweer met een primair beroep op noodweer(exces) en subsidiair op psychische overmacht.
De rechtbank oordeelde dat het noodweerverweer niet slaagt omdat geen ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding meer bestond toen verdachte het vuurwapen bij zich had. Wel werd het beroep op psychische overmacht gegrond verklaard, omdat verdachte in paniek verkeerde na het afpakken van het wapen, mede door een complexe driehoeksrelatie en eerdere bedreigingen. Hierdoor werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.
De rechtbank verklaarde het wapen en de munitie onttrokken aan het verkeer en wees de gevorderde tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf af. De uitspraak werd gewezen door drie rechters en uitgesproken op een openbare terechtzitting.