Eiseres, voormalig woonbegeleider, vroeg een WIA-uitkering aan die door het UWV werd geweigerd omdat zij op de peildatum 29 juli 2022 minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar handhaafde het UWV dit besluit. Eiseres betwistte de medische beoordeling en het arbeidskundige oordeel, en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De rechtbank oordeelde dat de medische rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig was opgesteld en voldoende gemotiveerd, ondanks dat eiseres meende dat er meer beperkingen waren. Er was geen reden om aan de juistheid van de medische beoordeling te twijfelen, zodat het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen.
Ook de arbeidskundige beoordeling werd als adequaat en goed gemotiveerd beoordeeld. De functies die aan eiseres werden toegerekend, voldeden aan haar belastbaarheid, en de door eiseres aangevoerde bezwaren over drukke werkomgevingen en groepsgrootte werden door de rechtbank niet overtuigend geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit van het UWV in stand bleef. Eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter M.G. Elfferich op 10 oktober 2024.