ECLI:NL:RBAMS:2024:6308
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking tijdelijke vergunning vakantieverhuur wegens niet melden bezoekers
Eiser had een tijdelijke vergunning voor vakantieverhuur van een woning in Amsterdam voor de periode van 16 maart 2022 tot 31 maart 2023. Het college van burgemeester en wethouders trok deze vergunning in omdat eiser niet voldeed aan de meldplicht die vereist is bij toeristische verhuur. Dit bleek uit huisbezoeken op 16 april en 10 juni 2022 waarbij toeristen werden aangetroffen zonder dat hun verblijf was gemeld.
Eiser voerde aan dat een storing op de gemeentelijke website de eerste niet-melding verklaarde en dat op de tweede datum geen toeristen maar vrienden aanwezig waren. De rechtbank oordeelde dat de storing geen vrijbrief was om niet alsnog te melden en dat het college terecht mocht uitgaan van de rapporten van bevindingen die aangaven dat de woning was verhuurd aan toeristen.
Verder stelde eiser dat het intrekken van de vergunning disproportioneel was en dat de privacy van eiser werd geschonden door buurtbewoners. De rechtbank vond dat het college terecht het zware middel van intrekking toepaste om het woon- en leefklimaat te beschermen en dat eiser geen feiten had aangevoerd die dit oordeel konden veranderen.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard, de vergunning is terecht ingetrokken en eiser krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de tijdelijke vergunning wegens niet naleven van de meldplicht.