In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van een geldsom van Abn Amro wegens onrechtmatige rentewijzigingen op haar hypothecaire lening. De zaak is een individueel vervolg op een collectieve procedure van de stichting Stop de Banken, waarbij het opslagwijzigingsbeding als oneerlijk werd beoordeeld, maar volgens de Hoge Raad werd gecompenseerd door omzettings- en aflossingsbevoegdheden. Eiseres beroept zich op een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat stelt dat oneerlijkheid van een algemene voorwaarde niet kan worden gecompenseerd door een andere voorwaarde.
Abn Amro heeft incidenteel verzocht de zaak te verwijzen naar de rechtbank Rotterdam omdat er vier vergelijkbare procedures lopen bij verschillende rechtbanken, wat risico op tegenstrijdige uitspraken oplevert. Eiseres verzet zich tegen verwijzing en beroept zich op haar woonplaats als consument en het recht op behandeling door de rechter van haar woonplaats.
De rechtbank oordeelt dat de zaken verknocht zijn omdat de juridische geschilpunten vrijwel identiek zijn. De bezwaren van eiseres tegen verwijzing slagen niet, omdat de hoofdregel van relatieve bevoegdheid de woonplaats van de gedaagde is en de alternatieve bevoegdheidsregel voor consumenten niet uitsluit dat verwezen wordt vanwege verknochtheid. Verwijzing schaadt de belangen van eiseres niet en bevordert consistentie in de rechtspraak.
De rechtbank wijst het verzoek tot verwijzing toe en verwijst de zaak naar de rechtbank Rotterdam. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden.