Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 oktober 2024 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
5 december 2022 ten grondslag. In het advies staat dat de verleende vergunning ziet op het realiseren van een dakterras op een bestaande uitbouw. De commissie constateert dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan [bestemmingsplan] (het bestemmingsplan) wegens overschrijding van de bouwhoogte. De commissie heeft de aanvraag getoetst aan de Uitvoeringsrichtlijnen kruimelgevallen 2020 (de Uitvoeringsrichtlijnen). In artikel 3.2.6, onder b, van de Uitvoeringsrichtlijnen zijn voorschriften opgenomen over dakterrassen op daken van aan- en uitbouwen. De commissie komt tot de conclusie dat niet ontkend kan worden dat de privacy en daarmee het woongenot van eiseres door de realisatie van het dakterras zou kunnen afnemen ten opzichte van de situatie zoals die nu is. De commissie vindt deze afname echter niet zodanig dat de omgevingsvergunning niet verleend had mogen worden. De commissie neemt daarbij in aanmerking dat in het algemeen in een stedelijke omgeving slechts zeer beperkt kan worden gesproken van een recht op privacy ten aanzien van inkijk. Van een evident privaatrechtelijke belemmering is volgens de commissie geen sprake. De commissie acht tot slot van belang dat de vergunninghoudster aangeboden heeft om planten of privacyschermen te plaatsen. Met deze oplossing zal er nog nauwelijks sprake zijn van inkijk, aldus de commissie.
Beoordeling door de rechtbank
.Het beroep van eiseres slaagt dus niet. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
25 centimeter toe te staan. Anders gezegd: wordt eiseres daardoor dusdanig onevenredig in haar (privacy)belangen geschaad dat het bestreden besluit in redelijkheid geen stand kan houden?
25 centimeter geen dermate grote ruimtelijke impact heeft dat sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van eiseres. Het badkamerraam is relatief klein, zodat de inkijk – die zijdelinks naar achteren is – beperkt is. Bovendien is een dakterras op grond van het bestemmingsplan al toegestaan. Uit de door eiseres ingediende schets met zichtlijnen blijkt volgens de rechtbank onvoldoende dat het verschil in inkijk bij een overschrijding van 25 centimeter dusdanig groot is dat daardoor sprake is van een onevenredige aantasting van haar privacy.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiseres te vergoeden.
mr.C.J. van ‘t Hoff, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
10 oktober 2024.