ECLI:NL:RBAMS:2024:6080

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 september 2024
Publicatiedatum
4 oktober 2024
Zaaknummer
13/213324-24 (EAB III)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 Wetboek van StrafrechtArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestaan Europees aanhoudingsbevel Spanje ondanks bezwaren artikel 11 Overleveringswet

De rechtbank Amsterdam behandelde op 19 september 2024 het verzoek tot inwilliging van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank voor strafzaken nummer 21 in Barcelona. De opgeëiste persoon, geboren in 1988 en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd verdacht van diefstal door meerdere personen met listige kunstgrepen en werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden.

De opgeëiste persoon maakte bezwaar op grond van artikel 11 van Pro de Overleveringswet (OLW), stellende dat hij vreest voor onmenselijke of vernederende behandeling in de Spaanse gevangenis vanwege bedreigingen door medegedetineerden. De rechtbank oordeelde echter dat dit verweer niet slaagt omdat er geen objectieve, betrouwbare en actuele gegevens zijn die een algemeen reëel gevaar voor dergelijke behandeling aantonen.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldoet aan de formele vereisten van de OLW en dat er geen andere weigeringsgronden zijn. Ook is de strafbaarheid van het feit volgens Nederlands recht vastgesteld. De opschorting van de straf was ongedaan gemaakt omdat de opgeëiste persoon zich niet van het Spaanse grondgebied had verwijderd.

Op basis van deze overwegingen besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Spanje toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/213324-24 (EAB III)
Datum uitspraak: 19 september 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 9 juli 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1] Dit EAB is uitgevaardigd op
2 juli 2024 door de rechtbank voor strafzaken nummer 21 in Barcelona (Spanje) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1988 (volgens SKDB [geboortedag] 1995) te [geboorteplaats] (Marokko),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting in [plaats],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 5 september 2024, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Arabische (Marokkaanse) taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de persoonsgegevens zoals vermeld in het EAB juist zijn en dat hij de Marokkaanse nationaliteit heeft. De opgeëiste persoon heeft verklaard dat hij bij aankomst in Nederland de in de SKDB opgenomen gegevens heeft opgegeven.

3.Grondslag en inhoud van het EAB en artikel 12 OLW Pro

Het EAB vermeldt, in samenhang gelezen met de aanvullende informatie van 6 augustus 2024, een vonnis met nummer 72/2018 van 19 februari 2018 van
the Criminal Court no. 16 of Barcelona.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van achttien maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. [3]
Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. Artikel 12 OLW Pro staat derhalve niet aan overlevering in de weg. De rechtbank is, met de officier van justitie en anders dan de raadsman, van oordeel dat de in het EAB genoemde beslissing tot tenuitvoerlegging van 20 oktober 2020 geen beslissing is waarbij de aard of de maat van de aanvankelijk opgelegde straf is gewijzigd. Deze beslissing valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW Pro. [4] De aanvankelijk opgeschorte tenuitvoerlegging van de aan de opgeëiste persoon opgelegde straf is ongedaan gemaakt omdat hij zich klaarblijkelijk niet heeft verwijderd van het Spaanse grondgebied, hetgeen een voorwaarde was voor de opschorting van de straf.

4.Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van listige kunstgrepen

5.Artikel 11 OLW Pro

De opgeëiste persoon heeft aangegeven dat hij tijdens zijn verlof in Spanje is gevlucht uit angst voor de maffia in de Spaanse gevangenis waar hij verbleef. Hij is erg bezorgd over een eventuele terugkeer naar de Spaanse gevangenis. De raadsman heeft aangegeven dat hij deze stelling van de opgeëiste persoon niet nader heeft kunnen onderbouwen.
De rechtbank begrijpt het verweer van de opgeëiste persoon aldus, dat hij vreest voor onmenselijke of vernederende behandeling als hij in Spanje wordt gedetineerd, waarmee hij impliciet een beroep doet op artikel 11 OLW Pro. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat artikel 11 OLW Pro niet aan overlevering in de weg staat. Er is niet gebleken van objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens waaruit zou kunnen volgen dat er een algemeen reëel gevaar bestaat dat de Spaanse autoriteiten onvoldoende bescherming bieden tegen geweld dan wel bedreigingen door medegedetineerden in de gevangenis.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de rechtbank voor strafzaken nummer 21 in Barcelona (Spanje) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door:
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mrs. O.P.M. Fruytier en E. de Rooij, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 19 september 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.HvJ EU 23 maart 2023, C-514/21 en C-515/21, ECLI:EU:C:2023:235 (