ECLI:NL:RBAMS:2024:6078

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 september 2024
Publicatiedatum
4 oktober 2024
Zaaknummer
13/203104-24 (EAB I)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestaan overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks verweer artikel 11 en 12 OLW

De rechtbank Amsterdam behandelde op 19 september 2024 het verzoek tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Spaanse justitiële autoriteit. Het EAB betreft de overlevering van een persoon geboren in Marokko, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van anderhalf jaar opgelegd door een Spaans gerechtshof.

De opgeëiste persoon was aanwezig bij de procedure in hoger beroep in Spanje, waardoor het verweer dat geen verzetgarantie was afgegeven op grond van artikel 12 OLW Pro niet slaagde. De rechtbank oordeelde dat de procedure in hoger beroep definitief was en dat aan de vereisten van artikel 12 OLW Pro was voldaan.

Daarnaast voerde de opgeëiste persoon aan dat hij vreest voor onmenselijke of vernederende behandeling in de Spaanse gevangenis, een beroep op artikel 11 OLW Pro. De rechtbank vond echter geen objectieve en betrouwbare gegevens die een reëel gevaar voor dergelijke behandeling aannemelijk maken en verwierp dit verweer.

De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. Daarom werd de overlevering toegestaan zonder dat hiertegen een gewoon rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Spanje toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/203104-24 (EAB I)
Datum uitspraak: 19 september 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 9 juli 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1] Dit EAB is uitgevaardigd op
3 juni 2024 door
the Criminal Court (Juzgado de lo Penal) no. 15 of Barcelona(Spanje) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1988 (volgens SKDB [geboortedag] 1995) te [geboorteplaats] (Marokko),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting in [plaats],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 5 september 2024, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Arabische (Marokkaanse) taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de persoonsgegevens zoals vermeld in het EAB juist zijn en dat hij de Marokkaanse nationaliteit heeft. De opgeëiste persoon heeft verklaard dat hij bij aankomst in Nederland de in de SKDB opgenomen gegevens heeft opgegeven.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt, in samenhang gelezen met de aanvullende informatie van 2 augustus 2024, een vonnis van de
Juzgado Penal 25 de Barcelonavan 1 september 2021, verkorte procedure 331/2020 en vonnisnummer 394/2021. Uit de aan het EAB gehechte beslissing van 10 juni 2024 volgt dat tegen dit vonnis hoger beroep is ingesteld, hetgeen heeft geresulteerd in een arrest van
the Illustrious Provincial Court of Barcelonavan 17 juni 2022.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.
Dit arrest betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. [3]

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering niet toelaatbaar is, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit geen verzetgarantie heeft afgegeven.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 12 OLW Pro niet aan overlevering in de weg staat, nu de opgeëiste persoon aanwezig is geweest bij de procedure in hoger beroep.
Oordeel van de rechtbank
Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis Pro, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW Pro, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. [4] Dit brengt met zich mee dat enkel de procedure in hoger beroep die heeft geresulteerd in het arrest van 17 juni 2022 aan artikel 12 OLW Pro getoetst dient te worden. Uit het EAB en de daaraan gehechte beslissing van 10 juni 2024 blijkt dat de opgeëiste persoon is verschenen bij dit proces. Artikel 12 OLW Pro staat derhalve niet aan overlevering in de weg.
Het verweer van de raadsman slaagt niet. De uitvaardigende justitiële autoriteit behoeft immers geen verzetgarantie af te geven wanneer de opgeëiste persoon aanwezig is geweest bij het proces dat tot het voornoemde arrest heeft geleid.

5.Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een samenweefsel van verdichtsels

6.Artikel 11 OLW Pro

De opgeëiste persoon heeft aangegeven dat hij tijdens zijn verlof in Spanje is gevlucht uit angst voor de maffia in de Spaanse gevangenis waar hij verbleef. Hij is erg bezorgd over een eventuele terugkeer naar de Spaanse gevangenis. De raadsman heeft aangegeven dat hij deze stelling van de opgeëiste persoon niet nader heeft kunnen onderbouwen.
De rechtbank begrijpt het verweer van de opgeëiste persoon aldus, dat hij vreest voor onmenselijke of vernederende behandeling als hij in Spanje wordt gedetineerd, waarmee hij impliciet een beroep doet op artikel 11 OLW Pro. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat artikel 11 OLW Pro niet aan overlevering in de weg staat. Er is niet gebleken van objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens waaruit zou kunnen volgen dat er een algemeen reëel gevaar bestaat dat de Spaanse autoriteiten onvoldoende bescherming bieden tegen geweld dan wel bedreigingen door medegedetineerden in de gevangenis.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Criminal Court (Juzgado de lo Penal) no. 15 of Barcelona(Spanje) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door:
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mrs. O.P.M. Fruytier en E. de Rooij, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 19 september 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (