Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court of Torun(Polen, hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the Regional Court in Torunvan 25 juni 2019, definitief geworden op 21 juni 2021 (II K 37/18);
the District Court in Zlotówvan 28 juni 2017, definitief geworden op 26 oktober 2017 (II K 507/16).
limitation of freedomopgelegd voor de duur van één jaar en twee maanden. Deze straf is bij beslissing van
the District Court in Torunomgezet naar een vrijheidsstraf van 212 dagen. Uit het EAB onderdeel f) volgt dat die omzetting het gevolg was van het niet nakomen van afspraken met de reclassering.
4.Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro; heropening van het onderzoek
the Regional Court in Torunvan
the Appelate Court in Gdanskop 21 juni 2021 arrest heeft gewezen.
the Appelate Court in Gdanskvan 21 juni 2021. Van toepassing van de weigeringsgrond van artikel
the District Court in Zlotówvan
the Regional Court in Poznanop 26 oktober 2017 arrest in beroep heeft gewezen. Het kenmerk van deze procedure is IV Ka 957/17. De bij het vonnis van 28 juni 2017 opgelegde straf van
limitation of freedomvoor de duur van één jaar en twee maanden is gehandhaafd bij het arrest van 26 oktober 2017. Enkele jaren later, bij beslissing van
the District Court in Torunvan 9 juni 2022 (met kenmerk IX Ko 1199/22) werd deze straf omgezet (“changed”) in een gevangenisstraf van 212 dagen. Uit het feit dat bij deze straf de reclassering betrokken was én deze bij een latere beslissing werd omgezet in gevangenisstraf, leidt de rechtbank af dat het aanvankelijk om een voorwaardelijk opgelegde straf ging, waarbij de opgeëiste persoon reclasseringscontact opgelegd had gekregen. De opgeëiste persoon heeft hier zelf over gezegd dat hij – toen hij in detentie zat vanwege de strafzaak II K 37/18 - een oproep kreeg om een taakstraf te doen, maar dat hij die niet kón uitvoeren omdat hij toen vast zat. Hij zegt geen weet te hebben gehad van de procedure in eerste aanleg of hoger beroep noch van de omzettingsbeslissing.
- dat het arrest is gewezen, terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot het arrest heeft geleid;
- dat het arrest – kort gezegd – is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, onder a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan;
- dat ook geen garantie als bedoeld in artikel 12, onder d, OLW is verstrekt,
- Op hoeveel momenten en op welke data is aan de opgeëiste persoon in de procedure die heeft geleid tot de uitspraken onder kenmerk II K 507/16 en IV Ka 957/17 een adresinstructie verstrekt?
- Uit eerdere aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon op 31 augustus 2015 in ieder geval een adresinstructie heeft gekregen. Voor zover deze instructie ook van toepassing was op een eventueel hoger beroep en een eventuele omzettingsprocedure:
limitation of freedomvoor de duur van één jaar en twee maanden bij beslissing van 9 juni 2022 van
the District Court in Torunis omgezet naar een vrijheidsbenemende straf van 212 dagen en dat aan die omzetting ten grondslag ligt dat de opgeëiste persoon zich niet heeft gehouden aan hem opgelegde verplichtingen in het kader van de
limitation of freedom.
the District Court in Torunis gevolgd, waarbij de eerder opgelegde
limitation of freedomis omgezet naar een vrijheidsstraf.
District Court in Torunnog beoordelingsruimte bij de omzetting had. En in dat laatste geval, of de opgeëiste persoon in die omzettingsprocedure al dan niet aanwezig was. De rechtbank komt tot de conclusie nadere informatie nodig te hebben met het oog op de toetsing aan artikel 12 OLW Pro.
the District Court in Toruneen zekere mate van beoordelingsvrijheid bij de beslissing (kenmerk Ko 1199/22) tot het opleggen van de vrijheidsbenemende straf?