Op 25 maart 2024 werd verdachte staande gehouden nadat een melder had gezien dat hij twee tassen van Lacoste in een Albert Heijn tas stopte. De verbalisanten troffen de tassen met prijskaartjes aan en verdachte kon de herkomst niet verklaren. Camerabeelden bevestigden de diefstal en verdachte werd herkend door de politie.
De verdediging stelde dat het onderzoek aan de tas en de aanhouding onrechtmatig waren vanwege het ontbreken van ernstige bezwaren en het niet geven van cautie, wat vormverzuimen opleverde. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek aan de tas onrechtmatig was, maar dat dit geen nadeel voor verdachte opleverde en de aanhouding rechtmatig was.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte meerdere tassen ter waarde van 360 euro had gestolen. Gezien het recidiverisico en het advies van de reclassering werd een ISD-maatregel van twee jaar opgelegd zonder aftrek van voorarrest. De maatregel is bedoeld om recidive te voorkomen en de maatschappij te beschermen.
De rechtbank verwierp het verzoek tot strafvermindering ondanks het vormverzuim en bepaalde dat geen tussentijdse toetsing nodig is. Hiermee is voldaan aan de wettelijke eisen voor de ISD-maatregel conform artikel 38m Sr.