Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
1. hij op of omstreeks 27 maart 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, een of meer blikjes vis en/of een of meer verse sappen en/of een of meer repen chocolade en/of een of meer winkelgoederen (met een totale waarde van 59,82 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan (winkelbedrijf) Albert Heijn (gelegen aan de [adres]), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2. hij op of omstreeks 27 maart 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, [persoon 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door bij die [persoon 2]
-met zijn, verdachtes, vinger een snijdende beweging bij zijn, verdachtes, keel te maken (wat bij die [persoon 2] over kwam als ik ga je dood maken).
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
bijlage Ibij dit vonnis.
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
10.Het toepasselijk wettelijk voorschrift
11.Beslissing
het onder feit 2 ten laste gelegdeniet bewezen en
spreekt verdachte daarvan vrij.
bewezendat verdachte
het onder feit 1 ten laste gelegdeheeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
[verdachte],daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand.
in minderinggebracht zal worden.
gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) dagen.