ECLI:NL:RBAMS:2024:5840
Rechtbank Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning met discussie over woonoppervlakte
Eiser is eigenaar van een appartement met dakterras en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €1.213.000,- voor het jaar 2023. Hij stelt dat de gebruikte woonoppervlakte onjuist is vastgesteld en daardoor de WOZ-waarde met €30.000,- te hoog is. De heffingsambtenaar handhaaft echter een WOZ-waarde van €1.046.000,-, gebaseerd op een aangepaste oppervlakte van 138 m2.
De rechtbank stelt vast dat de woonoppervlakte inmiddels niet langer in geschil is en dat beide partijen uitgaan van 138 m2. Hoewel de uitspraak op bezwaar een verkeerde oppervlakte bevatte, wordt dit gebrek gepasseerd omdat eiser niet in zijn belangen is geschaad. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet hoger is dan de waarde in het economische verkeer.
Eiser heeft de berekening van de WOZ-waarde niet betwist en de rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar de waarde correct heeft vastgesteld. Wel wordt de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht. Het beroep wordt verder ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €1.046.000,- blijft gehandhaafd.