ECLI:NL:RBAMS:2024:5835
Rechtbank Amsterdam
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opheffing conservatoir beslag op aandelen wegens geschil over koopprijsaanpassing
RHESA UK Holdco Limited vordert opheffing van het conservatoir beslag dat ZHONGHONGJIAN (HOLLAND) B.V. op haar aandelen in RHESA NL More B.V. heeft gelegd. Het geschil draait om een bedrag van €580.855,00 dat RHESA onder zich houdt vanwege een verschil in gebruiksoppervlakte (GO) van huurwoningen in een nieuwbouwproject, wat invloed heeft op de koopprijs van de aandelen.
ZH stelt dat RHESA onvoldoende heeft meegewerkt aan het benoemen van een deskundige om het geschil over de GO op te lossen en vordert betaling van het bedrag. RHESA betwist dat er een opeisbare vordering bestaat en voert aan dat bij gedeeltelijke ontbinding van het addendum juist een lagere koopprijs geldt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beslag niet onrechtmatig is verleend en dat de vordering van ZH niet summierlijk ondeugdelijk is. Ook de belangenafweging leidt niet tot opheffing van het beslag, omdat ZH een zwaarwegend belang heeft en RHESA geen concrete last heeft onderbouwd.
De vordering tot opheffing van het beslag wordt afgewezen en RHESA wordt veroordeeld in de proceskosten van ZH.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen en RHESA wordt veroordeeld in de proceskosten.