ECLI:NL:RBAMS:2024:5759

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 september 2024
Publicatiedatum
16 september 2024
Zaaknummer
KRJ-I-2023047022
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 241 SrArt. 310 SrArt. 126ng SvArt. 5.1.8 SvArt. 5.1.10 Sv
Verwijzingen
12 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlof tot overdracht gegevens aan Zwitserse autoriteiten in strafrechtelijk onderzoek

De rechtbank Amsterdam heeft op 29 augustus 2024 in raadkamer een beschikking gegeven op de vordering van de officier van justitie tot het verlenen van verlof ex artikel 5.1.10 Sv. Dit verlof betreft de overdracht van gegevens die zijn verkregen met toepassing van artikel 126ng Sv, in het kader van een verzoek om rechtshulp van Zwitserse justitiële autoriteiten.

Het verzoek is gedaan in verband met een strafrechtelijk onderzoek tegen een verdachte geboren in 1982, die wordt verdacht van aanranding en diefstal. De rechtbank heeft de behandeling met gesloten deuren verricht vanwege het vertrouwelijke karakter van het dossier en heeft afgezien van het oproepen van de betrokkene.

De rechtbank oordeelt dat aan alle wettelijke en verdragseisen is voldaan, dat er geen wezenlijke belemmeringen zijn en dat het verlenen van het verlof niet in strijd is met fundamentele beginselen van het Nederlandse strafprocesrecht. Daarom is het verlof verleend om het proces-verbaal van bevindingen van 15 januari 2024 en de bijlagen over te dragen aan de Zwitserse autoriteiten.

Uitkomst: Verlof verleend voor overdracht van gegevens aan Zwitserse autoriteiten in strafrechtelijk onderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Beschikking inzake: KRJ-I-2023047022
BESCHIKKING
op de vordering ex artikel 5.1.10 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) d.d. 19 augustus 2024 van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam. Deze vordering strekt tot het verlenen van verlof om de gegevens die zijn vergaard met toepassing van de in artikel 126ng Sv omschreven bevoegdheden, ter uitvoering van een verzoek om rechtshulp van 20 september 2023, afkomstig van de justitiële autoriteiten van Zwitserland, in de zaak tegen:
[persoon],
geboren op [geboortedag] 1982,
over te dragen aan die autoriteiten.

1.Procesgang

De rechtbank heeft op 29 augustus 2024 de officier van justitie, mr. A. Wagenaar, in raadkamer gehoord.
De autoriteiten van Zwitserland hebben uitdrukkelijk verzocht om het dossier vertrouwelijk te behandelen. Derhalve wordt verondersteld dat door openbaarheid van de behandeling het belang van het onderzoek ernstig wordt geschaad.
Op grond van artikel 22, eerste lid, Sv heeft de behandeling van de vordering met gesloten deuren plaatsgevonden. Op grond van artikel 5.1.10, vierde lid, Sv jo. artikel 23, zesde lid, Sv heeft de rechtbank tevens afgezien van het oproepen van de betrokkene.

2.Beoordeling

Het voormelde verzoek is gedaan in verband met een strafrechtelijk onderzoek tegen bovengenoemde persoon ter zake van de verdenking dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan aanranding en diefstal, zoals in het rechtshulpverzoek omschreven.
Het verzoek is gegrond op het op 20 april 1959 te Straatsburg tot stand gekomen Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken.
Het verzoek betreft gegevens die ook gevorderd hadden kunnen worden in een Nederlands onderzoek naar dezelfde feiten op grond van het Wetboek van Strafvordering.
De verdenking betreft feiten die naar Nederlands recht strafbaar zijn gesteld als misdrijven als bedoeld in artikel 67, eerste lid, Sv en die gezien hun aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren.
Nu aan alle daarvoor in de wet en het toepasselijke verdrag gestelde eisen is voldaan en zich geen belemmeringen van wezenlijke aard voordoen die voortvloeien uit het toepasselijke verdrag onderscheidenlijk de wet, terwijl door de inwilliging van het rechtshulpverzoek evenmin wordt gehandeld in strijd met fundamentele beginselen van Nederlands strafprocesrecht, dient de rechtbank het gevraagde verlof te verlenen.

3.Toepasselijke wetsartikelen

Artikel 241 en Pro 310 van het Wetboek van Strafrecht;
de artikelen 126ng, 5.1.8 en 5.1.10 van het Wetboek van Strafvordering;
de artikelen 1, 3, 14 en 16 van het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp van 20 april 1959 (Straatsburg 20 april 1959, Trb. 1965, 10);

4.Beslissing

De rechtbank verleent verlof aan de officier van justitie bij deze rechtbank om de, ter uitvoering van het rechtshulpverzoek van 20 september 2023 gevorderde gegevens, te weten het proces-verbaal van bevindingen van 15 januari 2024 en de bijlagen daarbij, over te dragen aan de verzoekende autoriteiten van Zwitserland.
Op grond van artikel 24, vijfde lid, Sv geldt het vereiste van onverwijlde toezending van deze beschikking aan de betrokkene niet.
Deze beschikking is gegeven door:
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mrs. M.C. Danel en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van L.E. Poel, griffier,
en uitgesproken in raadkamer van deze rechtbank op 29 augustus 2024.